Het wordt de oplossing voor de huizencrisis in grote steden genoemd, of een remedie voor millennials die op zoek zijn naar verbinding. Voor het magazine Juist van Elsevier schreef ik dit artikel over co-living, een snelgroeiend fenomeen. Tientallen mensen wonen en werken samen in grote moderne huizen over de hele wereld. De één woont er een paar weken, de ander een paar jaar.

Juist - Co-living

Ze worden wakker met het gekwaak van jonge eendjes en vallen in slaap bij het geruis van het water. Voor het blad Buitenleven vroeg ik Milly, Peter, Monique en Arjen hoe het is om aan boord van een schip te wonen. Een vrij leven, dicht bij de natuur.

Buitenleven - zomer 2018 - Levenophetwater

Shen, Chiara en Anne mogen zelf weten wat ze willen leren. Ze krijgen nooit huiswerk op, hoeven geen toetsen te maken en kunnen niet blijven zitten. Ze bepalen zelf welke lessen ze volgen, welke regels er op school gelden en zelfs welke leerkrachten er aangenomen worden. Deze meiden zitten op een democratische middelbare school.

Dat klinkt mooi, maar hoe werkt het precies? Daar schreef ik al eens een uitgebreid artikel over op mijn online magazine Trant. Maar er is nog veel meer over te vertellen. Daarom liet ik Shen, Chiara en Anna een tijd lang blogs schrijven op Trant Magazine. Ik begeleide hen bij het schrijfproces.

>>> Lees alle blogs van de meiden op Trant Magazine.

Voor Knack interviewde ik Valerie en Tim die met hun dochtertje Fenna en hun hond Lewis in een rijdend hostel wonen. Elke week nemen ze nieuwe gasten mee op avontuur.

Knack Nomads Bus

Voor Juist, het magazine van Elsevier, interviewde ik verschillende housesitters. Zij passen op de huizen van mensen die op reis of op vakantie zijn. Het ene stel leeft nomadisch en past het hele jaar door op huizen, terwijl het andere stel een eigen huis heeft en als hobby regelmatig in de huizen van anderen verblijft.

Klik op de foto van de pagina om het hele artikel te lezen in de Blendle kiosk.

Een eigen huis heeft Monique Appels niet meer. Ze past het hele jaar door op huizen van mensen die op reis of op vakantie zijn. Hoe werkt dat?

Er klinkt luid geblaf achter het raam van de boerderij in het Achterhoekse Drempt waar Monique Appels(53) de poort openmaakt. Voor één week is dit haar huis. “Het is een hele lieve hond hoor, ze is gewoon erg enthousiast” zegt Monique over Duitse herder Prezzi, die voor één week haar hond is. “Prezzi is een hond met een gebruiksaanwijzing. Ze functioneert het beste als ze thuis is, in haar vertrouwde omgeving. Daarom gaat ze niet naar een pension als haar baasje op vakantie gaat, maar kom ik op haar passen.”

Monique past fulltime op de huizen en huisdieren van anderen, een eigen huis heeft ze sinds 2014 niet meer. Vandaag woont ze in de afgelegen boerderij in de Achterhoek, volgende week is dat misschien in een vrijstaande villa in Bloemendaal of een huis aan het bos in Heemstede. Monique: “Ik werk als businesscoach voor ondernemers in de hondenbranche. Dat werk kan ik overal doen, meer dan een telefoon, een laptop en een wifiverbinding heb ik niet nodig. Dat maakt mij locatieonafhankelijk, ik kan leven en werken waar ik maar wil.”

Geen plek onder de zon

Het begon allemaal in 2014, toen Monique haar bedrijf zo organiseerde dat ze overal ter wereld kon werken. Als eerste ging ze naar Fins Lapland. “Ik wilde altijd al een keer als vrijwilliger op een huskyfarm werken. Daar had ik het zo naar mijn zin dat ik na een paar weken dacht: ik wil eigenlijk niet meer terug. Ik heb mijn huis en mijn spullen in Nederland verkocht en ik ben verder gaan reizen. In Noorwegen werd ik verliefd op een man waar ik een hele tijd mee samenwoonde. Toen die relatie begin 2016 eindigde, ben ik teruggekeerd naar Nederland.”

Monique: “Een vriendin die op vakantie ging vroeg of ik op haar twee kittens wilde passen.”

Op dat moment had Monique helemaal niets meer, niet eens een dak boven haar hoofd. Daar raakte ze wel even van in paniek. “Ik dacht dat ik weer op zoek moest naar een huis, maar eigenlijk wilde ik dat helemaal niet. Het reisvirus had me te pakken. Ik vroeg me af of ik wel weer permanent ergens wilde wonen. Op dat moment vroeg een vriendin die op vakantie ging of ik in haar huis wilde logeren om op haar twee kittens te passen. Van het een kwam het ander, ook andere vrienden en kennissen vroegen me daarna om op hun huis en huisdieren te passen. Mensen die ik niet zo goed kende waren zelfs bereid om me ervoor te betalen. Toen kwam de ondernemer in mij naar boven, ik zag daar wel een business in.”

Honden met een rugzakje

 

Er zijn in Nederland heel wat mensen die op huizen van anderen passen, bijvoorbeeld via platformen als Huizenoppassite.nl of Holidaylink.com. Meestal gaat het om een vorm van ruilhandel, mensen passen op een huis in ruil voor gratis onderdak. Het kan een hobby zijn of een vorm van vakantie in eigen land. Voor Monique is dat anders. Ten eerste leeft ze nomadisch, waardoor ze het hele jaar door op huizen past. Ten tweede zorgt ze specifiek voor honden met een rugzakje, zoals Prezzi. Daarom vraagt ze er 300 euro per week voor.

“Ik werk al 17 jaar professioneel met honden” vertelt Monique, terwijl hond Prezzi dicht tegen haar aan kruipt op de bank. “Ik ben opgeleid als instructeur en hondengedragstherapeut en heb onder meer een honden uitlaatdienst, een gedragstherapiepraktijk en meerdere hondenscholen gehad. Ik weet dus heel goed wat honden nodig hebben en wat ik van ze kan verwachten. Dat onderscheidt mij van andere huizenoppassers.”

Monique: “Ik waarschuw mensen van te voren: als ik iets nodig heb, ga ik in de lades snuffelen.”

De honden waar Monique op past hebben bijvoorbeeld veel beweging of aandacht nodig, ze schieten snel in de stress, zijn bang voor mensen of andere honden of worden vanwege hun ras door pensions geweigerd. Als er meer dan twee honden in huis zijn, loopt de prijs per week op. Monique: “Zo heb ik een klant met vijf honden die niet allemaal tegelijk uitgelaten kunnen worden. Daar krijg ik 100 euro per dag voor. Zij hebben in het verleden ook wel eens een nichtje of buurmeisje op de honden laten passen, maar die zegt dan: ‘Vandaag kan ik de honden niet uitlaten want ik heb proefwerkweek.’ Dat kan natuurlijk niet. Daarom kiezen zij nu liever voor een professionele hondenoppas waar ze zakelijke afspraken mee kunnen maken. De meeste mensen vinden het ook gewoon fijn dat er iemand in huis is als ze afwezig zijn, om inbraak te voorkomen bijvoorbeeld. Daarbij geef ik ook de planten water, leeg ik de brievenbus en zet ik het vuilnis buiten.”

Voordat Monique ergens gaat oppassen, gaat ze altijd eerst kennismaken. “Dan maak ik afspraken met de bewoners over het verzorgen en uitlaten van de honden. We spreken bijvoorbeeld ook af dat ik niet rook in huis, dat ik de wasmachine mag gebruiken en dat ik bezoek mag ontvangen zonder overnachting. Sommige mensen stellen een auto ter beschikking zodat ik met de honden naar het bos kan. Dat soort dingen leggen we allemaal vast. De meeste mensen vinden het wel spannend dat er een vreemde in hun huis komt, vooral de eerste keer. Natuurlijk ga ik respectvol met hun huis om, maar ik waarschuw ze wel van te voren: als ik iets nodig heb, ga ik in de lades snuffelen. Dat realiseren de meeste mensen zich ook wel. Maar ik snap ook dat er mensen zijn die om die reden nooit een oppas in huis zouden halen.”

Tandenborstel op de wastafel

Omdat ze in een nichemarkt zit, kost het Monique niet veel moeite om oppasadressen te vinden. Sinds januari 2017 zit ze bijna doorlopend volgeboekt. “Daar zitten wel tussenpozen van een paar dagen tussen want oppasklussen sluiten bijna nooit naadloos op elkaar aan. Dan ga ik een paar nachten bij vrienden logeren of een weekendje naar Berlijn of Kreta.”

Een vaste plek om naar terug te keren heeft Monique dus niet. Die mist ze ook niet. “Om me ergens thuis te voelen hoef ik niet aan een plek gehecht te zijn. Ik heb wel gemerkt hoe belangrijk het is om mijn tas uit te pakken. De eerste keren dat ik op een huis paste, deed ik dat niet. Ik dacht: Ach, voor die paar dagen. Daardoor bleef ik me reizende voelen, altijd klaar voor vertrek. Nu is dat het eerste wat ik doe: mijn tandenborstel op de wastafel zetten, mijn laptop installeren aan de keukentafel en mijn kleren in de kast hangen. Dan voelt een huis of appartement als mijn plek.”

Monique: “Als je leven constant verandert, is het fijn als er een rode draad is die hetzelfde blijft.”

“Mijn rituelen zijn ook belangrijk voor me. Als ik wakker word drink ik twee glazen water en dan ga ik met de hond wandelen. Altijd, waar ik ook ben. Ik ben graag buiten en ik vind het fijn om ’s ochtends meteen in beweging te zijn. Als er geen hond in huis is ga ik alleen. Dat soort gewoontes geven me houvast. Als je leven constant verandert, is het fijn als er een rode draad is die hetzelfde blijft.”

Alles in één backpack

Natuurlijk zitten er ook nadelen aan haar nomadische levensstijl. Monique: “Een tijdje geleden heb ik in Sofia een hele leuke Australische man ontmoet. Hij was eind vijftig en reisde al jaren. We hebben samen gegeten en we vonden elkaar echt leuk, maar na een paar dagen reisden we allebei weer door. Als we meer tijd samen hadden gehad, had ik die man beter kunnen leren kennen. Ik zeg niet dat we dan een relatie zouden hebben gekregen, maar dan had het wel een kans gehad. Mijn levensstijl maakt het moeilijk om relaties aan te gaan.”

“Dat geldt net zo goed voor vriendschappen. In Madrid zat ik drie dagen lang in een hostel met twee Amerikaanse vrouwen en daar heb ik zo’n ontzettend leuke tijd mee gehad. Als we meer tijd met elkaar hadden doorgebracht, was er wellicht een vriendschap ontstaan. Maar daarvoor was het contact te kort. Aan de andere kant zou ik al die interessante mensen niet ontmoeten als ik niet zou reizen.”

Monique: “Ik heb alleen nog spullen die waarde toevoegen aan mijn leven. Geen vorken, bloemvazen of fotolijstjes.”

Het grote voordeel is dat Monique nooit wakker ligt omdat haar dak gerepareerd moet worden of haar hypotheek te hoog is. Over spullen maakt ze zich ook niet zo druk. Monique: “Alles wat ik bezit past in één backpack. Ik houd wel van luxe hoor – ik kan enorm genieten van een vijfsterrenhotel en als ik op een chique villa mag passen vind ik het heerlijk om op die dure bank voor die grote tv te hangen. Maar ik hoef dat allemaal niet zelf te bezitten. Ik heb alleen nog spullen die waarde toevoegen aan mijn leven: geen vorken, bloemvazen of fotolijstjes maar wel de allernieuwste iPhone en MacBook.”

Een maakbaar leven

Monique: “Ooit wilde ik zo snel mogelijk trouwen, een huis kopen en kinderen krijgen.”

‘Waar ben je voor op de vlucht?’ vragen mensen wel eens aan Monique. Ze snapt dat veel mensen onrustig zouden worden van haar levensstijl. Monique: “Voor mij voelt dit niet als onrust want dit past bij mij. Waarom dat zo is weet ik zelf ook niet. Ik leef zo omdat het me gelukkig maakt, niet omdat ik me af wil zetten of rebels wil zijn. Niet dat ik altijd zo vrij van geest was. In mijn puberteit had ik een vriendinnetje dat ging backpacken in Pakistan. Vreselijk leek mij dat. Het enige dat ik wilde was zo snel mogelijk trouwen, een huis kopen en kinderen krijgen. Achteraf denk ik dat ik toen alleen maar aan een bepaald verwachtingspatroon wilde voldoen.”

“Nu ben ik in de vijftig en maak ik mijn eigen keuzes. ‘Wat een geluk, dat zou ik ook wel willen’ zeggen mensen wel eens tegen mij. Dat kun jij ook, maar dan moet je zelf die keuze maken en je niet laten tegenhouden door anderen die zeggen: ‘Zou je dat nou wel doen’ of ‘Dat wordt toch niks’. Zelf was ik vroeger bijvoorbeeld slecht in leren, ik kon me niet goed concentreren. Ik weet nog heel goed dat mijn vader tegen mij zei: ‘Je kunt niet altijd alleen maar doen wat je leuk vindt.’ Toch doe ik nu alleen maar wat ik leuk vind – op wat administratie en afwas na dan. Ik word zo blij van mijn werk! Dat is mij niet zomaar overkomen, daar heb ik zelf voor gekozen.”

Monique: “Je leeft maar één keer, dan kun je er beter wat van maken toch?”

“Begrijp me niet verkeerd, ik vind niet dat iedereen nomadisch moet gaan leven. Als jouw kantoorbaan, gezin of rijtjeshuis bij jou past, dan is dat fantastisch. In mijn werk als coach spreek ik echter ook veel mensen die niet tevreden zijn met hun leven. Ze voelen zich belemmerd, zien niet in dat het ook anders kan, denken dat ze geen keuze hebben. Zonde! Je leeft maar één keer, dan kun je er beter wat van maken toch? Natuurlijk heb je niet alles in de hand, je bepaalt niet wat je overkomt. Maar je bepaalt wel hoe je daar mee omgaat. Toen mijn relatie in Noorwegen uitging en ik dakloos terugkeerde naar Nederland, was ik verdrietig, boos en bang. Ik koos ervoor om dat niet als het einde van mijn leven te zien, maar als een nieuw begin. Alles stond open, ik kon gaan doen wat ik wilde. Dat doe ik nu nog steeds.”

Hoe haar toekomst eruitziet weet Monique op dit moment niet. “Ik pas nu voornamelijk op huizen in Nederland maar ik zou het heerlijk vinden om in de toekomst ook op huizen in het buitenland te passen. Ik denk ook wel eens dat een tiny house wat voor mij zou zijn. Een plek waar ik mijn eigen spullen heb maar toch mobiel blijf. We zien wel, op dit moment weet ik alleen dat ik in april op een huis in Egmond aan den Hoef pas, daarna op een huis in Schoorl en in mei op een huis in Leusden.”

Dit verhaal schreef ik voor mijn online magazine Trant. Meer verhalen lezen van mensen die bijzondere levenskeuzes maken? Volg Trant op Facebook of Twitter of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Vraag de achtjarige Isobel wat ze allemaal leert en ze raakt niet uitgepraat. “Dat totaal onbevangen leergierige wat ze heeft zou wel minder zijn als ze op school zou zitten, vermoed ik” zegt haar moeder. Zij geeft Isobel thuisonderwijs.

In de huiskamer van de eengezinswoning in Lent heeft Isobel Put (8) een parcours uitgezet met kussens, opgerolde dekens en een Wobbel board. “Om de tien rondjes neem ik pauze” vertelt ze terwijl ze over de bank roetsjt. Op een vel papier turft ze haar score. “Ik heb al honderd rondjes gehad.”

Isobel is dol op sport. “Ik zit op floorbal en turnen, mama leert me paardrijden en met papa ga ik wel eens hardlopen” zegt ze. Als ze klaar is met haar parcours, komt ze aan de eetkamertafel zitten. Naast de hovercraft die ze gebouwd heeft van technisch LEGO ligt het boek van Freek in het wild. Nog een favoriet van Isobel: alles wat met natuur te maken heeft. “Soms ga ik met papa op zoek naar bloemen, planten en diertjes die we nog niet kennen. Die zoeken we op in een van deze boeken.” Uit de boekenkast, die een hele wand van de kamer in beslag neemt, haalt ze een stapel naslagwerken tevoorschijn. “In dit boekje staan allerlei soorten spinnen en deze gaat helemaal over planten. Kijk, deze hebben we bijvoorbeeld een keer gevonden: de boterbloem. De waterlelie en de grote ereprijs ook. En de koekoeksbloem hebben we hier in de tuin geplant.”

Isobel heeft een parcours uitgezet in de woonkamer
Recht op vrijstelling  

In Nederland moeten kinderen vanaf vijf jaar verplicht naar school. Toch krijgen zo’n 600 kinderen in ons land thuisonderwijs. Omdat er geen school in de buurt is die bij de levensovertuiging of religie van de ouders past of omdat het kind er door gezondheidsproblemen niet toe in staat is. Isobel valt binnen de eerste categorie. “Ik heb niets tegen het schoolsysteem, voor de meeste kinderen werkt dat prima” vertelt haar moeder Suzan Put. “Wij vinden thuisonderwijs alleen beter bij Isobel passen.”

Suzan: “Ik kreeg een proces verbaal en de leerplichtambtenaar vond dat de rechter zich over de kwestie uit moest spreken”

Toen Isobel twee jaar oud was, was ze al geïnteresseerd in letters. Suzan en haar man Peter verzamelden allerlei spelletjes en oefeningen om Isobel uit te dagen. Hun dochter ging er gretig op in. Suzan: “Toen ze bijna drie was, zijn we op zoek gegaan naar een basisschool voor haar. We lazen schoolgidsen, bezochten websites en praatten met leerkrachten maar we vonden geen school die aansloot bij onze levensvisie. Die kun je het beste beschrijven als humanistisch. We vinden zelfstandigheid en vrijheid heel belangrijk.”

Een maand voordat Isobel vijf werd, schreven Peter en Suzan een brief naar de gemeente waarin ze een beroep deden op hun recht op vrijstelling. Suzan: “Dat kan in Nederland alleen als een kind nog nooit op school heeft gezeten. In ons geval ging de gemeente daar niet zomaar mee akkoord. Ik kreeg een proces verbaal en de leerplichtambtenaar vond dat de rechter zich over de kwestie uit moest spreken. Het werd een heel juridisch verhaal dat een paar jaar duurde. Ondertussen konden we Isobel wel thuis les blijven geven. In 2016 zijn we in hoger beroep vrijgesproken.”

Boekverslagen aan een lijntje

“Kijk, dit werkboek gaat helemaal over natuur” vertelt Isobel verder. “Op deze bladzijde wordt uitgelegd hoe reflectoren werken. Ze zien er uit alsof ze licht geven maar eigenlijk weerkaatsen ze licht dat er op schijnt. Ik vind het heel interessant om te leren hoe iets werkt. Ik zoek op internet filmpjes op over natuur, het liefst van Freek in het wild. Zo leerde ik bijvoorbeeld dat kikkers amfibieën zijn.”

Suzan: “Er ligt nooit druk op het leren en Peter en ik kunnen helemaal aansluiten op haar persoonlijke interesses”

Isobel raakt niet uitgepraat over wat ze leert. “Zo gaat het de hele dag door” lacht Suzan. “Er is altijd en overal wel iets interessants te ontdekken en daar is Isobel zich heel bewust van. Die nieuwsgierigheid en leergierigheid zit in haar karakter, maar ik denk dat het thuisonderwijs dat ook stimuleert. Dat totaal onbevangen leergierige wat ze heeft, zou wel minder zijn als ze op school zou zitten vermoed ik. Er ligt nooit druk op het leren en Peter en ik kunnen helemaal aansluiten op haar persoonlijke interesses. Dat is een stuk leuker en interessanter dan wanneer Isobel op gezette tijden met een klas mee zou moeten doen.”

Leren lezen deed Isobel bijvoorbeeld niet omdat het van een leerkracht moest maar omdat ze zelf informatie wilde kunnen opzoeken. Isobel: “Mijn lievelingsboek op dit moment is ‘Een pittig soepje’ van Femke Dekker. Ik maak ook mijn eigen boekenleggers.” Ze houdt een boekenlegger omhoog en draait zich dan met het boek naar Suzan. “Mama, als ik deze uit heb kunnen we er weer een boekverslag van maken.” Aan een lijn in de woonkamer hangen al een paar boekverslagen op een rij. Suzan: “Als Isobel een boek uit heeft praten we er samen over. Wie is de hoofdpersoon, waar speelt het zich af, wat vond je het leukst? Samen maken we er een verslagje van.”

Trots hangt Isobel haar boekverslagen in de woonkamer op.

En als Isobel geen zin heeft om een boekverslag te maken? Suzan: “Dan doen we het een andere keer. Of helemaal niet. Ik denk niet dat het leerzaam is voor een kind om dingen tegen haar zin in te doen. Ze zal later heus wel eens wat moeten doen waar ze tegenop ziet maar daar leert ze dan wel mee omgaan.”

Winkeltje spelen

Een vaste structuur of gemiddelde lesdag bestaat voor Isobel niet. Ze kiest zelf wat ze wil doen op een dag. “Vanmorgen wilde ik winkeltje spelen” vertelt ze terwijl ze een plastic kassa tevoorschijn haalt. “Mama en ik kopen spullen van elkaar en dan moeten we elkaar geld teruggeven.” Als Isobel zo’n initiatief neemt haakt Suzan daar op in. “Ik bepaal het niveau. Bijvoorbeeld door de bedragen ingewikkelder te maken.”

Suzan: “Isobel heeft geen negatieve associaties met werkboekjes want daar werkt ze alleen in als ze dat zelf wil”

Hoewel het initiatief van Isobel komt, zijn het Peter en Suzan die zorgen dat het aanbod voor het oprapen ligt. Suzan: “Op internet vond ik een pakket van Eurowijs met een werkboekje en een poster over rekenen met geld. Online zijn bijbehorende filmpjes te vinden. Op gegeven moment heb ik de poster op de kast gehangen en Isobel de kassa gegeven.  Nu begint het voor haar te leven en geeft ze zelf aan dat ze ermee aan de slag wil. Toen we vanmorgen klaar waren met de kassa, stelde ik voor om even in een werkboekje van Eurowijs te gaan werken. De kans is groot dat Isobel daar dan zin in heeft, ze zit op dat moment helemaal met haar hoofd in de euro’s. Ze heeft ook geen negatieve associaties met werkboekjes want daar werkt ze alleen in als ze het zelf wil. Zelfs als we op vakantie gaan stopt ze altijd wel wat werkboekjes of natuurgidsen in haar koffer.”

Betekent dat dan dat Suzan 24/7 de rol van juf vervult? “Zo voelt dat voor mij niet. Net zoals spelen en leren met elkaar verbonden zijn, is mijn rol als coach verweven met mijn rol als moeder. Ik leg Isobel niets op, ik ga samen met haar op ontdekking. Daardoor bijt het elkaar niet” vertelt ze.

Isobels broers Julian (14) en Robin (17) gaan wel gewoon naar school. Dat maakt Isobel nieuwsgierig. “Ik vind het wel jammer dat ik niet gewoon even kan uitproberen of ik het leuk zou vinden. Maar ik vind het wel heel fijn dat ik thuisonderwijs krijg. Een klas vol kinderen lijkt me heel druk. Thuis heb ik veel vrije tijd en kan ik leren wat ik zelf wil” zegt ze.

Kerndoelen en cijfers

Isobel zit niet elke dag aan de keukentafel te rekenen, ze gaat ook veel op pad. Isobel: “We gaan paardrijden, maken een natuurwandeling of bezoeken een museum. Dit jaar zijn we bij het Valkhofmuseum, het Archeon en het Nederlands Watermuseum geweest.”

Suzan: “Als we samen iets lekkers bakken leert Isobel over grammen en liters”

Suzan is niet bang dat Isobel lesstof misloopt. “Het één spreekt haar meer aan dan het ander, maar uiteindelijk komt bijna alles wel een keer aan bod. Nu is de natuur bijvoorbeeld helemaal haar ding, dan gaan wij daarin mee. Maar als ze een boek van Freek Vonk leest zit daar ook aardrijkskunde en taal in. Rekenen spreekt haar op dit moment minder aan maar ze is wel gek op het pizzaspel dat haar spelenderwijs breuken leert. En vandaag wilde ze dus winkeltje spelen. Als we samen wat lekkers bakken leert ze over grammen en liters. Om droge sommetjes staat ze niet te springen, maar wie eigenlijk wel?”

Het pizzaspel leert Isobel spelenderwijs breuken.

Toetsen of cijfers krijgt Isobel niet en haar niveau wordt niet op papier vastgelegd. Suzan: “Dat zit allemaal in mijn hoofd. Met een hele klas kinderen zou dat natuurlijk niet kunnen maar ik ben constant met Isobel bezig. Ik observeer en toets haar elke dag spelenderwijs. Wat vindt ze interessant? Waarin loopt ze vast? Toen ze voor het eerst zei dat het kwart voor drie was wist ik dat ze de kwartieren onder de knie had. Als ze hardop een stukje voorleest hoor ik dat ze weer vooruit is gegaan en als ze een ander uitlegt hoe reflectoren werken weet ik dat ze die stof begrijpt. Op dit moment merk ik dat ze in haar spelling de dubbele medeklinker nog wel eens vergeet. Daar moeten we dus de komende tijd op letten.”

Suzan: “Dit jaar gaf Isobel zelf aan dat ze meer geschiedenis wilde leren”

Zo eens in de zoveel tijd werpt Suzan een blik op de kerndoelen. Op het gebied van biologie en techniek is Isobel al ver voor haar leeftijd, terwijl dat bij spelling juist niet zo is. Suzan: “Daar komt ze vanzelf een keer aan toe. Uiteindelijk zorgen we wel dat alles aan bod komt, maar niet op vooraf bepaalde momenten.” Suzan en Peter maken wel elk jaar een onderwijsplan waarin globaal staat wat ze Isobel willen leren. Suzan: “Hoe ouder ze wordt, des te meer stem Isobel daar in krijgt. Dit jaar gaf ze bijvoorbeeld aan dat ze meer geschiedenis wilde leren.”

Isobel: “In een filmpje van Freek in het wild vertelde Freek over hunebedden en dieren van vroeger. Toen begon ik me dingen af te vragen. Hoe maakten de mensen vroeger hutten? Hoe kwamen ze aan eten?” Toen Isobel dat aan haar moeder vertelde kwam Suzan in actie. Ze bestelde de canon van de geschiedenis online en stortte zich met Isobel op de oertijd. Isobel: “We hebben hunebedden nagebouwd in de tuin en zijn naar het Archeon geweest. Toen we op vakantie waren in Oostenrijk heb ik fossielen gevonden.” Suzan kijkt nu al uit naar het moment dat de Romeinen aan bod komen. “Dan kunnen we een bezoekje brengen aan Xanten en aan het Valkhof museum, waar we toch al vaak komen. SchoolTV en Klokhuis hebben ook veel mooie filmpjes over die tijd gemaakt.”

Allesweters

Suzans enthousiasme – en dat van Peter  – is net zo belangrijk als dat van Isobel. “Peter en ik hebben allebei brede interesses en zijn heel leergierig. Ik denk wel dat dat belangrijk is als je thuisonderwijs geeft. Veel ouders zullen dit helemaal niet willen. Je moet constant dingen uitzoeken, informatie verzamelen, met anderen samenwerken en activiteiten organiseren. Dat kost veel energie. Dat is voor ons goed vol te houden omdat we het zo leuk vinden om de hele dag met Isobel bezig te zijn, haar uit te dagen en te prikkelen” vertelt ze.

Suzan en Peter werken beiden parttime als tandarts. Als de één werkt, neemt de ander het onderwijs van Isobel op zich. Suzan: “Dat houdt de afwisseling erin. Voor ons, maar ook voor Isobel. We doen allebei andere activiteiten met haar. Zo heeft Peter laatst een cursus programmeren met Isobel gedaan en gaat hij vaak met haar de natuur in. Ik leer haar gitaar spelen, breien en vilten. Eén keer in de week bakken we iets lekkers en lezen we gedichten aan elkaar voor aan een mooi gedekte tafel. Poetry teatime noemen we dat.”

Een achtergrond in het onderwijs hebben Isobels ouders allebei niet. “Van andere ouders krijgen we wel eens de vraag of wij wel alles weten” zegt Suzan. “Natuurlijk weten wij niet alles maar ik hoef niet alle kennis zelf te hebben om die over te kunnen dragen. Zo lazen we pas wat over de bidsprinkhaan, daar wilde Isobel meteen meer van weten. Ik wist bijna niets over de bidsprinkhaan, maar ik kan er wel samen met haar over lezen, plaatjes kijken en filmpjes zoeken. Bovendien vallen we ook terug op de expertises van anderen. Zo krijgt Isobel een keer in de week pianoles.” Isobel begint meteen te neuriën. “Ik ben nu bezig met Für Elise” vertelt ze.

Andere kinderen

Isobel gaat om de week naar een techniekclubje in Enschede en eens in de twee weken komt ze in Zwolle samen met kinderen die ook thuisonderwijs krijgen. Isobel: “Daar doen we theatersport, muziek en spelletjes. We gaan ook samen lunchen, dan staat de hele tafel vol met eten.” Suzan: “Iedereen neemt wat lekkers mee, dat is altijd een feestje. En als de kinderen aan het spelen zijn kunnen wij ouders elkaar tips geven, vragen stellen en lesmateriaal uitwisselen.”

Suzan: “Er zijn zelfs kennissen die haar toetsen: ‘Weet jij wel wat drie keer drie is?’”

Op die clubjes leert Isobel ook met andere kinderen samen te spelen en te werken, net als op haar sportclubs. Isobel: “Ik speel ook veel met kinderen uit de straat en in de zomer ga ik vaak naar de speeltuin achter ons huis. Daar heb ik al heel veel vriendjes gemaakt.”

Dat contact met andere kinderen vinden Suzan en Peter heel belangrijk. Suzan: “Dat Isobel geen andere kinderen zou zien is denk ik het grootste vooroordeel over thuisonderwijs. Soms zijn al die vooroordelen en vragen van anderen wel lastig. Mensen stellen ook wel eens vragen aan Isobel zelf. ‘Waarom krijg jij thuisonderwijs?’ Die vraag is op haar leeftijd nog heel moeilijk te beantwoorden. Er zijn zelfs kennissen die haar toetsen: ‘Weet jij wel wat drie keer drie is?’ Maar goede vrienden en familie zijn gelukkig positief. Die zien hoe enthousiast Isobel is en wat ze allemaal leert.”

Naar de middelbare school

Terwijl Suzan verder vertelt, ploft Isobel op de bank met haar iPad. Met een koptelefoon op haar oren verdwijnt ze even in haar eigen wereld. “Daar is ook tijd en ruimte voor” vertelt Suzan. “Ze kent zichzelf heel goed en voelt zelf aan wanneer ze behoefte heeft aan rust. In de klas is dat vaak niet mogelijk, dan moet je mee met de rest.”

Isobel trekt zich even terug

Concrete lange termijn plannen zijn er niet voor Isobel. Wat als ze in de toekomst toch naar school wil? Suzan: “Als ze wil instromen op een middelbare school dan kan dat probleemloos, eventueel na een Cito-toets. Ook voor toelating tot vervolgonderwijs bestaan er wegen, zoals een toelatings- of staatsexamen.”

Hoe het ook loopt, Suzan hoopt vooral dat haar dochter die onderzoekende instelling van haar blijft houden. “Ze is heel zelfbewust, weet precies wat ze wel en niet wil, wat ze leuk vindt en waar ze over wil vertellen. Ze kan haar eigen mening heel goed verwoorden en beargumenteren. Ik vind het geweldig om te zien hoe Isobel opgroeit tot een zelfbewust en leergierig meisje. Dat is echt genieten!”

Meer verhalen lezen van mensen die bijzondere levenskeuzes maken? Volg Trant Magazine op Facebook of Twitter of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Voor de Betuwe editie van De Gelderlander maakte ik twee jaar lang de rubriek De Klas van de Week. Elke week bezocht ik een school in de regio waar kinderen me vertelden over een bijzonder project waar ze mee bezig waren. Hieronder een aantal voorbeelden.

Gelderlander-klas-van-de-week-4-havo-breaking-news

Gelderlander-klas-van-de-week-groep-3-museum

Gelderlander-klas-van-de-week-groep-5-complimenten

Gelderlander-klas-van-de-week-IBC-Bemmel

Voor zin interviewde ik drie vijftigplussers die op latere leeftijd kozen voor een leven als moderne nomade. Ook sprak ik met moderne nomade Esther Jacobs, trendonderzoeker Bodil Jurg en psycholoog Clara den Boer over het ontstaan van de trend: waarom kiezen steeds meer mensen voor deze levensstijl?

Zin – Digitale nomaden

Voor One World interviewde ik Tim Boffe en Valerie Cook die een oude schoolbus uit Amerika ombouwden tot een rijdend hostel. Samen met hun dochtertje Fenna, hun hond Lewis en wisselende gasten rijden ze door Europa. Terwijl ze genieten van al het moois dat de natuur te bieden heeft, zetten ze zich ook bewust in om dat natuurschoon te behouden. Klik op de foto om de tekst te lezen op de website van One World.

 

Voor Ouders van Nu ging ik op bezoek bij Karin en Gijsbert, die met hun twee kinderen in een tiny house van 25 vierkante meter wonen.

OVN12 Persoonlijk- tiny house

Voor Trouw interviewde ik Jan Willem van der Straten alias Dominee Baardmans (meer…)

Deze vrouwen geven hun geld liever uit aan ervaringen dan aan vierkante meter. Ze kiezen voor een kleine woning, bijvoorbeeld in een tiny house, op een schip, in een appartement of een caravan.

Cosmo – klein wonen

Voor Ouders van Nu ging ik op bezoek bij Rebecca en Jesper, die met hun zoontje aan boord van een schip wonen.

OvN09 Persoonlijk verhaal wonen op een schip

Hoe ziet de Overbetuwe er in 2040 uit? Dat vroeg ik voor De Gelderlander aan een groepje kinderen uit Elst en een groepje kinderen uit Bemmel. ‘Elst moet geen vervuilde stad worden, zoals in China waar altijd een smogwolk hangt’, zegt Devlin. Nee, als hier fabrieken komen moeten ze op zonne-energie werken, want Devlin wil niet dat Elst als bijnaam ‘de stinkstad’ krijgt.

Gelderlander-kinderen-over-de-toekomst