Mila en Puck lopen nooit met een volle boekentas van het ene naar het andere lokaal. Ze volgen geen verplichte lessen, krijgen geen huiswerk op, hoeven geen toetsen te maken en kunnen niet zakken of blijven zitten. Ze bepalen zelf wat ze leren, welke regels er op school gelden en welke docenten er worden aangenomen. Ze zitten op een democratische school. Hoe werkt dat?

In een grote ruimte die ooit dienst deed als winkelpand, hangt een groepje leerlingen met een mok thee op de bank. Ze kijken toe hoe twee jongens in het midden van de ruimte een potje pool spelen. Naast hen zitten wat leerlingen aan tafel over een wiskundeboek gebogen. Twee jongens nemen hun koffie mee naar buiten. Op weg naar de achtertuin passeren ze iemand die gitaar zit te spelen in een kleine ruimte bij de achterdeur. In de woonkamer daarnaast zit een meisje in de vensterbank naar buiten te kijken, op haar benen rust een volgeschreven schriftje. In de aangrenzende serre zitten drie meiden aan tafel zitten met een docent Duits. Het is een gewone dag op VO De Vallei, een middelbare school voor democratisch onderwijs.

Puck: “Hier stel ik zelf mijn eigen leerprogramma samen.”

Puck de Groot (16) staat op van de bank om een kop koffie te pakken in het keukentje. Hij wil wel meewerken aan een interview, hij heeft geen andere plannen. Tot een jaar geleden volgde Puck regulier onderwijs op het Beekdal Lyceum in Arnhem. “Ik zat in het derde jaar van de Havo. Ik was al een keer blijven zitten en dat zou weer gaan gebeuren, ik zakte op de talen vanwege mijn dyslexie. Voor wiskunde, scheikunde en natuurkunde haalde ik wel hoge cijfers. Daar hoefde ik niet voor te leren, ik verveelde me zelfs in de les. Dat zou alleen maar erger worden als ik naar het Vmbo zou gaan. Daarom koos ik voor De Vallei.”

Op deze school wordt Puck wel uitgedaagd in de exacte vakken. “Hier stel ik zelf mijn eigen leerprogramma samen. Ik kies welke vakken ik wil volgen en op welk niveau, in welk tempo en in welke vorm ik dat doe. En als ik even geen zin heb om te leren, ga ik een potje poolen met mijn vrienden.”

Nooit meer feitjes stampen

De democratische middelbare school VO De Vallei opende haar deuren op 5 oktober 2015 en telt inmiddels 29 leerlingen van 12 tot 18 jaar uit de regio Arnhem en Nijmegen. De leerlingen worden begeleid door een vast team van zeven coaches, aangevuld met tientallen vakdocenten. Sinds dit schooljaar zit de school in een voormalig winkelpand met woonhuis in het centrum van Driel. In dat dorp staat ook basisschool De Vallei, die al 12 jaar bestaat en 200 leerlingen telt.

Mila: “Mijn klasgenoten zeiden: ‘Dan kom je toch nergens in het leven?’”

Mila Goossens (16) zit sinds dag één op VO De Vallei. “Daarvoor zat ik op een grote middelbare school met ruim 1400 leerlingen. Er waren zoveel vakken waar ik huiswerk en toetsen voor moest maken dat het me verlamde. Ik haalde de toetsen vooral op logisch nadenken en feitjes stampen. Dat brak me op. Mijn broertjes volgden al democratisch onderwijs op Basisschool De Vallei. Toen ik hoorde dat er ook een middelbare school werd opgericht, wilde ik dat ook graag proberen.”

Op De Vallei hoeft Mila niet meer te ‘stampen’ voor een toets maar kiest ze zelf wat ze wil leren. Daar keken haar voormalige klasgenootjes gek van op. “Het eerste wat ze zeiden was: ‘Jij mag de hele dag niks doen, dat is zo cool!’ Maar ze zeiden ook:  ‘Dan leer je toch niets?’, ‘Dan haal je toch geen diploma?’ en ‘Dan kom je toch nergens in het leven?’”

Angst versus vertrouwen

Annebelle de Nooy, een van de oprichters van de school, hoort zulke uitspraken wel vaker. “Veel mensen denken vanuit angst in plaats van vertrouwen. Wij geloven juist dat kinderen van nature willen leren, maar dat ze worden afgeremd omdat hen zoveel wordt opgelegd. Doordat wij ze vrijlaten kunnen ze zelf onderzoeken wat ze interessant vinden. Dat noemen we natuurlijk leren.”

Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen regels zijn op deze middelbare school. Het is een erkende school, officieel goedgekeurd door de onderwijsinspectie. “Dat betekent dat wij ons aan de regels binnen het inspectiekader moeten houden. We moeten bijvoorbeeld aantonen dat we een curriculum aanbieden dat voldoet aan de kerndoelen die de overheid heeft vastgesteld”, vertelt Annebelle.

Eindexamen doen

Puck: “Van een niveau zoals Vmbo of Havo is binnen deze muren geen sprake.”

Op VO De Vallei zijn de leerlingen niet onderverdeeld in klassen maar hebben ze ieder hun eigen coach. Daarmee bespreken ze wat ze willen leren en welke begeleiding ze daarbij nodig hebben. Annebelle: “We gaan ervan uit dat er meer informatie is dan je in een paar jaar op school kunt leren dus we vinden het onzinnig om elke leerling dezelfde stof aan te bieden. We denken dat het beter is om leerlingen te leren hoe ze in een steeds sneller veranderende samenleving zelf hun weg kunnen vinden.”

Puck volgt op dit moment de vakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde, geschiedenis, economie en psychologie. Hij is ook veel met muziek en techniek bezig. Puck: “Van een niveau zoals Vmbo of Havo is binnen deze muren geen sprake, maar ik kan er wel voor kiezen om op die niveaus eindexamen te doen. Ik wil bijvoorbeeld examen doen in wiskunde, scheikunde en natuurkunde op Vwo niveau, want daar wil ik later iets mee gaan doen. Ik kan ervoor kiezen om een volledig Vwo diploma te halen, maar het is ook een optie om bijvoorbeeld Nederlands en Engels op Havo of Vmbo niveau te halen. Dan moet ik wel eerst uitzoeken of mijn vervolgopleiding dat geen probleem vindt.”

Waar Puck een keur aan vakken volgt, heeft Mila er juist voor gekozen om zich dit schooljaar op één vak te focussen, biologie. “Ik ben er hier op school achter gekomen dat ik psychologie interessant vindt. Als ik dat wil studeren, moet ik eindexamen doen in onder andere biologie. Dit schooljaar wil ik de stof van leerjaar 4, 5 en 6 op Vwo niveau behandelen, binnenkort wil ik ook Engels en Nederlands oppakken. Daarnaast vind ik het ook fijn om gewoon een beetje rond te hangen en te kletsen. Ik zou ook wel piano willen spelen, maar we hebben nog geen piano hier op school.”

Elke docent werkt anders

Vanmorgen kreeg Mila van 10:15 tot 12:00 uur les van de biologiedocent. “Die komt één keer in de week naar school, de rest van de week werk ik zelfstandig aan de stof. Daar maken we geen afspraken over, ik doe waar ik zin in heb. De ene week maak ik vijf hoofdstukken, de andere week komt het er niet van”, vertelt ze. Van huiswerk en strafwerk is dus geen sprake. Annebelle: “Mila kan haar coach wel vragen om haar wat meer te pushen als ze dat zelf wil. Maar we pakken haar nooit haar verantwoordelijkheid af.

Na de les zet de docent in het leerlingvolgsysteem welke stof er is behandeld. Zo is het voor de leerling, de coach en de ouders overzichtelijk waar de leerling staat, zonder dat er een toets gemaakt hoeft te worden. Mila: “Als ik zelf graag een toets wil maken, mag dat overigens wel.”

Puck: “De techniekdocent komt gewoon binnen en gaat ergens mee aan de slag.”

Niet elke docent werkt zoals de biologiedocent. Puck: “De wiskundedocent komt elke donderdag en geeft privélessen van twintig minuten. Wij kunnen ons voor die lessen intekenen op een rooster op het prikbord. De techniekdocent komt gewoon binnen en gaat ergens mee aan de slag, met 3D printen bijvoorbeeld. Als je dat interessant vindt, kun je erbij gaan zitten.”

De leerlingen kunnen ook een vak volgen dat niet door een docent wordt aangeboden. Annebelle: “Stel dat een leerling Japans wil leren, dan bespreekt hij samen met zijn coach hoe hij dat aan wil pakken. We kunnen een vakdocent Japans aanstellen maar de leerling kan er ook voor kiezen om een online cursus te volgen, Skype contact te zoeken met iemand uit Japan of een Japans restaurant binnen te lopen om te vragen of iemand hem wil helpen. Er is zoveel mogelijk. Je kunt ook leren door stage te lopen, vrijwilligerswerk te doen of zelf een project op te zetten.”

Niks doen bestaat niet

Als Mila gewoon een beetje wil rondhangen en kletsen, zal niemand haar op De Vallei verwijten dat ze ‘niks’ doet. “Het leren van elkaar vinden wij net zo belangrijk als het leren uit een boek. Wij geloven dat leerlingen vanuit hun nieuwsgierigheid altijd in ontwikkeling zijn” legt Annebelle uit. “Wel maken we een verschil tussen formeel leren en informeel leren. We kennen hier op school drie verschillende niveaus van leren: spelen, ontdekken en meesterschap.”

Annebelle: “Als Mila ziet dat de scheikundedocent met een interessant proefje bezig is, kan ze daar gewoon bij gaan zitten.”

“Een meesterschap is een vak waar een leerling bewust mee aan de slag gaat in overleg met zijn coach. Hiervoor maakt hij een plan, stelt hij een doel en haalt hij aantoonbare resultaten. Het doel kan bijvoorbeeld zijn om staatsexamen in een vak te doen, zoals Mila haar examen biologie wil halen.”

“Naast hun geplande meesterschap kunnen leerlingen altijd bij activiteiten of lessen aansluiten, of zelf een activiteit organiseren. Als Mila ziet dat de scheikundedocent met een interessant proefje bezig is dan kan ze daar gewoon bij gaan zitten. Daar zit geen doel aan vast maar ze doet wel kennis en ervaring op en het kan haar interesse in dat vak prikkelen.”

“Spelend leren doen we eigenlijk de hele dag door, van bankhangen en koffiedrinken tot gitaar spelen, muziek luisteren of een potje poolen. Dat is goed voor je emotionele en sociale vaardigheden en het kan je aan het denken zetten. Bovendien ben je na zo’n ontspannen activiteit weer gefocust om te leren. Door het spelend en ontdekkend leren komen de leerlingen er achter wie ze zijn en wat ze willen en kunnen. Dat vinden we hier het belangrijkst.”

Iedereen consent

Puck en Mila beslissen niet alleen over hun eigen leerproces, ze hebben overal een stem in op deze school. Puck: “We beslissen mee over de inrichting van de ruimtes, de regels en afspraken met elkaar, de leerkrachten die aangenomen worden en meer. Die beslissingen worden genomen in kringen. Ik zit bijvoorbeeld in de docentenkring, die besluit welke leerkrachten er aangenomen worden. In een kring zitten zowel leerlingen als teamleden en die zijn gelijkwaardig aan elkaar. Annebelle heeft er net zoveel te zeggen als ik.”

Puck: “We stemmen niet met voor en tegen maar met de consent methode.”

Stel, Mila wil graag een piano op school. Dan stapt ze naar de leermiddelenkring. Puck: “We stemmen niet met voor en tegen of de meeste stemmen gelden, maar via de consent methode. Als je consent bent met een voorstel, betekent dat dat je er geen beargumenteerd overwegend bezwaar tegen hebt. Is iemand niet consent, dan zoeken we net zolang tot we een oplossing hebben gevonden waar iedereen consent mee is.”

Als de leermiddelenkring consent is met de aanschaf van de piano die Mila heeft uitgezocht, wordt haar voorstel behandeld in de algemene schoolvergadering. Daar worden één keer in de week de beslissingen van de afzonderlijke kringen behandeld, iedereen is er welkom. Als daar ook alle aanwezigen consent zijn, kan de piano worden aangeschaft.

Wanneer de klok half drie slaat is de schooldag afgelopen. Dan volgt de laatste verantwoordelijkheid van de dag: opruimen en schoonmaken. Puck: “Iedereen hier op school heeft een taak: stofzuigen, afwassen, tafels rechtzetten en wc’s poetsen. Om 14:30 doen we allemaal onze klus. Dan gaan we naar huis.”

Verantwoordelijk tienerbrein

Je kunt je afvragen of het tienerbrein wel klaar is voor de grote verantwoordelijkheden die democratisch onderwijs met zich meebrengt. Mila en Puck denken van wel. Mila: “Tja, als je nooit leert om verantwoordelijkheid te nemen en zelf na te denken omdat anderen je alles voorkauwen, dan wordt het lastig. Dat leren wij hier dus wel.”

Puck: “Ik denk wel dat er leeftijdsgenoten zijn die beter af zijn op een reguliere school, omdat ze hier niets zouden uitvoeren. Zelf leer ik liever onder begeleiding op deze school met mijn tienerbrein zelf na te denken en verantwoordelijkheid te nemen, dan dat ik daar later ‘in de echte wereld’ pas mee leer omgaan.”

Wil je meer verhalen lezen over bijzondere keuzes in wonen, werken, opvoeden, onderwijs, reizen en relaties? Volg Trant op Facebook of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Ruim een jaar geleden ontmoetten ze elkaar in de trein van Eindhoven naar Amsterdam. Niet veel later zegden ze allebei hun baan op en verkochten ze hun huis om samen in een camper naar Scandinavië te vertrekken. Annemarie: “Misschien blijven we een half jaar weg, misschien vijf of tien jaar. Misschien komen we nooit meer terug.”

Op dinsdag 24 november 2015 pakt Annemarie Aarts (30) in Eindhoven de trein naar Amsterdam om haar broer op te zoeken. Terwijl ze in de regen op het perron staat te wachten, kijkt ze voor het eerst in de ogen van Martijn Molenaar (36). Annemarie: “Ik had die middag nog stellig tegen mijn collega’s gezegd dat ik niet in liefde op het eerste gezicht geloofde, maar toen ik Martijn zag gebeurde er echt iets. Pats, boem! We zeiden niets tegen elkaar maar we zijn in de trein wel tegenover elkaar gaan zitten. Anderhalf uur lang hebben we geen woord gewisseld. Toen ik er in Amsterdam Amstel uit moest, heb ik Martijn snel mijn kaartje toegestopt voordat ik wegliep. Diezelfde middag stuurde hij me een berichtje.”

Annemarie: “Ik ben echt een twijfelkont maar nu voel ik voor het eerst dat alles klopt”

Een jaar later wonen Annemarie en Martijn in een Mercedes 508 camper uit 1977, samen met hun hond Foofur – een New Foundlander van bijna 60 kilo. Ze staan op het punt om naar Scandinavië te vertrekken, waar ze tegen kost en inwoning vrijwilligerswerk willen gaan doen. Annemarie: “Ik ben altijd een twijfelkont geweest, bij alles wat ik deed vroeg ik me af: Moet ik dit wel doen? Voor het eerst voel ik nu dat alles klopt, over Martijn en onze levensstijl heb ik geen moment getwijfeld.”

Huisje, boompje, beestje

Toen ze Martijn ontmoette had Annemarie haar eigen koophuis in Eindhoven en werkte ze als magazijnmedewerkster bij een apotheek om haar opleiding tot massagetherapeut te bekostigen. “Ik zat een beetje vast, vaak dacht ik: het moet ook anders kunnen.”

Martijn: “Toen mijn huis af was dacht ik: En nu? Is dit het?”

Martijn had zijn eigen aannemersbedrijf in Obdam. “Ik werkte hard en maakte lange dagen. Ik had al tien jaar een relatie en ik had net mijn eigen huis gebouwd. Een groot huis met een bedrijfshal, in totaal zo’n 1200 vierkante meter. Toen dat huis af was dacht ik: En nu? Is dit het? De dag dat ik Annemarie ontmoette realiseerde ik me dat het niet klopte waar ik mee bezig was. Ik heb die week nog mijn relatie verbroken.”

Annemarie en Martijn spreken af om wat te gaan drinken, een week later gaan ze een hapje eten en een paar weken later vieren ze samen oud en nieuw in de camper van Martijn. “Ik had de camper ooit gekocht om korte tripjes mee te maken. In februari 2016 zijn Annemarie en ik ermee op wintersport gegaan naar Italië. Toen we terugreden zeiden we gekscherend tegen elkaar: ‘Zullen we gewoon in deze camper gaan wonen?’ Met Koningsdag stonden we allebei onze spullen te verkopen op de vrijmarkt.”

Bewust leven

Terwijl hun huizen te koop staan, bouwen Martijn en Annemarie in de zomer van 2016 de oude camper om tot een klein huisje. Met een bank, een tafel, een keuken, een bed en daaronder een flink hok voor hond Foofur hebben Martijn en Annemarie alles wat ze nodig hebben. Martijn: “De camper voelt echt als thuis, meer nog dan mijn vorige huis. Ik ben van 1200 naar 12 vierkante meter gegaan en ik mis helemaal niets. Ik kijk er zelf ook nog steeds van op, maar meer dan dit hebben we gewoon niet nodig. Ik had wel eens gelezen over minimalisme maar ik dacht altijd: het zal allemaal wel. Nu merk ik hoe goed het voelt om weinig spullen te hebben.”

Martijn: “Ik ben van 1200 naar 12 vierkante meter gegaan en ik mis niets.”

Annemarie: “Alleen een douche hebben we niet in de camper. Een WC wel, maar die is vooral voor noodgevallen. De was doen we in een teiltje met de hand en om de bus warm te houden hebben we een kleine houtkachel. Het grote voordeel is natuurlijk dat alles binnen vijf minuten is opgeruimd. En we zijn altijd thuis, waar we ook naartoe gaan.”

Martijn: “Natuurlijk is het niet altijd even comfortabel. ‘s Ochtends is het koud en als je natgeregend thuiskomt, kun je niet in de bijkeuken je natte kleren uitdoen en een warme douche nemen. We kunnen niet even de verwarming aandraaien en een mok kokend water uit de Quooker pakken. We moeten hout sprokkelen om ons kacheltje warm te stoken en water uit de kraan pompen met een voetpomp. Als de gastank of de watertank leeg is, moet die eerst worden bijgevuld. Alles duurt wat langer dan in een gewoon huis.”

Annemarie: “We worden gedwongen om met aandacht ons dagelijks leven te leiden”

Annemarie: “Tegelijkertijd is dat ook wat we zo fijn vinden aan wonen in een camper. Eenvoudig leven, dicht bij de natuur en onze intuïtie. We worden gedwongen om bewust en met aandacht ons dagelijks leven te leiden. Als we wakker worden lopen we een rondje met de hond en hakken we hout voor de kachel, dan maken we een bord havermout en zetten we een kop koffie. Het is fijn om daar zo bewust mee bezig te zijn. Het meest genieten we van de vrijheid om te gaan en staan waar we willen.”

Martijn: “Tot op zekere hoogte dan, want je mag niet zomaar overal met een camper staan in Nederland. Als wij ergens op een parkeerplaats overnachten is de kans groot dat er midden in de nacht iemand op ons raampje klopt. Gelukkig zijn er best veel camperplaatsen waar we gratis of voor een paar euro kunnen overnachten. Officieel mogen we ook niet in deze camper wonen. Je moet als Nederlander een vaste woon- en verblijfplaats hebben en je kunt je nu eenmaal niet inschrijven op een kenteken.”

Annemarie: “Het flauwe is dat we deze camper ook niet kunnen verzekeren, juist omdat we er in wonen. Daarvoor moet je namelijk een vaste woon- en verblijfplaats hebben. Zulke dingen zijn we dus nog aan het uitzoeken. Ik had zelfs iemand van de verzekering aan de lijn die zei: ergens zal je de wet moeten doorbreken, het kan niet anders. Dat is natuurlijk wel bizar.”

Op pad

Na bijna vijf maanden proefdraaien in Nederland vertrekken de tortelduifjes nu naar Scandinavië. Martijn: “We zaten wat te mijmeren over bestemmingen en kwamen al snel op Scandinavië uit. Die landen spreken ons aan en we zijn er allebei nog nooit geweest. De kou vinden we geen probleem, we houden wel van de winter.”

Annemarie: “In Scandinavië willen we vrijwilligerswerk gaan doen via Workaway. Dat is een online platform dat reizigers en accommodaties aan elkaar koppelt. Het idee is dat we kost en inwoning krijgen in ruil voor werk. Dat lijkt ons een mooie manier om mensen te leren kennen en het leven in Scandinavië te ervaren. Een slaapplaats hebben we in principe niet nodig, maar als we een keer in Lapland staan met -30 graden is het misschien wel fijn om in een huis te overnachten.”

Martijn: “We verwachten dat we ongeveer een maand per jaar moeten werken om de kosten te dekken.”

Martijn: “Omdat we zo minimalistisch leven hebben we verder niet veel kosten. We hebben alleen wat Diesel nodig om van A naar B te komen, en we moeten onze verzekeringen betalen. We verwachten dat we ongeveer een maand per jaar zullen moeten werken om die kosten te dekken. Dat lijkt ons geen probleem, er zijn altijd wel mensen die hulp nodig hebben in de bouw of die massagetherapie kunnen gebruiken. En anders gaan we ergens fruit plukken voor een maandje.”

Je leven vergooien

Niet iedereen ziet de levensstijl van Annemarie en Martijn zo rooskleurig in als zijzelf. Annemarie: “Er zijn mensen die het niet begrijpen. Mijn oma vindt het bijvoorbeeld helemaal niets. Ik snap het wel, haar generatie heeft hun hele leven hard moeten werken om het beter te krijgen. Nu doen wij in haar ogen een flinke stap terug. Ze heeft het idee dat wij ons leven vergooien. Iemand vroeg ons ook: ‘Wat ga je dan doen, een beetje de wereld over zwerven? En dan? Daar bereik je toch niets mee? Dan bouw je toch niets op?’ Veel mensen streven naar groter, meer, rijker en succesvoller. Dat proberen wij juist los te laten. We gaan elke dag nieuwe mensen ontmoeten, hen helpen, hun verhalen horen en zien hoe zij leven. Dat vinden wij een prachtig doel om na te streven. Daar zit alleen geen aspect van geld verdienen en status behalen in.”

Martijn: “Mensen vragen zich af waarom ik alles opgeef om in een oude camper te gaan wonen.”

Martijn: “Ik had een succesvol bedrijf en een groot huis en nu geef ik alles op om in een veertig jaar oude camper te gaan wonen. Mensen vragen zich af waarom. Ik had toch net alles opgebouwd, ik had toch net mijn doel bereikt? Zelf had ik juist het gevoel dat ik vast zat. Als je een hypotheek en een eigen bedrijf hebt, kun je niet zomaar wat nieuws gaan doen. Wat schiet ik ermee op om mijn bedrijf nog groter te maken? Dan moet ik alleen maar meer werken, dan heb ik nog minder tijd voor mezelf. Dat wilde ik niet nog dertig jaar doen.”

Annemarie: “Gelukkig krijgen we voornamelijk positieve reacties. Veel mensen zeggen: ‘Dat zou ik ook wel willen, maar dan moet ik mijn hele leven omgooien.’ Denken ze dan dat wij niet ons hele leven hebben omgegooid? Dat wij dat niet doodeng vonden? Iedere stap die we zetten vinden we spannend, maar het voelt goed. Toen ik al mijn spullen aan het doornemen was, vond ik een schrift van 3VWO waarin naar mijn toekomstvisie werd gevraagd. Mijn antwoord als 15-jarig meisje was: ‘Ik wil vrij zijn en zoveel mogelijk van de wereld zien.’ Nu ben ik twee keer zo oud en heb ik eindelijk de moed gevonden om naar die maatstaven te leven.”

Annemarie: “Als je een fulltime baan hebt, is het helemaal niet leuk om in een camper te wonen.”

Martijn: “We zijn niet de enige, ik merk dat er een stroming op gang komt, al is die volgens mij nog heel klein. Er zijn steeds meer mensen die hun leven bewust inrichten. Mensen die zien dat het ook anders kan en die stappen buiten de gebaande paden durven te zetten. Maar het merendeel van de mensen denkt volgens mij nog steeds: het leven is gewoon zo, dus ik moet het er maar mee doen. Klaar.”

Annemarie: “Niet dat wij vinden dat iedereen in een camper moet gaan wonen, helemaal niet. Sterker nog, als je allebei een fulltime baan hebt, is het volgens mij helemaal niet leuk om in een camper te wonen. Dan zijn er al zoveel dingen waar je niet aan toe komt, dan heb je geen zin om ook nog eens hout te sprokkelen of het water bij te vullen. Maar je kunt ook kleine bewuste keuzes maken.”

Met de wind mee

Op hun Facebookpagina en blog delen Annemarie en Martijn de avonturen die ze onderweg beleven. Annemarie: “Ik vind het leuk om anderen te inspireren en te laten zien hoe het ook kan. We willen duidelijk maken dat het best oké is om je buiten de gebaande paden te begeven.”

Hoe lang ze in Scandinavië blijven en wat ze daarna gaan doen, weet het stel niet. Annemarie: “Misschien blijven we een half jaar weg, misschien vijf of tien jaar. Misschien komen we nooit meer terug. Ik zie ons niet ons hele leven in een camper wonen, maar hoe we wel willen leven, weten we nog niet. Dat vinden we juist het leukst, dat niets vast ligt zodat we met de wind mee kunnen waaien. We starten de motor en we zijn weg.”

Dit verhaal schreef ik voor mijn online magazine Trant. Meer verhalen lezen over bijzondere levenskeuzes? Volg Trant op Facebook of Twitter of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Voor Ouders van Nu interviewde ik Valerie Cook die met haar vriend Tim Boffe een oude schoolbus uit Amerika ombouwde tot een rijdend hostel. Samen met hun dochtertje Fenna, hun hond Lewis en wisselende gasten rijden ze door Europa.

Ouders van Nu – Valerie en tim bouwden een schoolbus om tot hostel

Ze zijn er nog: echte speciaalzaken van ondernemers die niet raken uitgepraat over hun spullen. Zoals Yvonne Roelofs (57) van speelgoedwinkel De Engelbewaarder in Nijmegen.

Winkeltje spelen, dat vindt Yvonne Roelofs het leukste wat er is. “Dat doe ik al sinds mijn achtste. Als dochter van een melkboer kreeg ik vroeger van mijn vader een oude leren melktas. Dan maakte ik stapeltjes geld en dan ging ik spelen. Dat doe ik nu nog steeds.”

Ruim dertig jaar geleden werd Yvonne verliefd op het monumentale pand met de gekleurde trappetjes in de Nijmeegse Lange Hezelstraat. Ze werkte in een kledingwinkel verderop en was kind aan huis bij de speelgoedwinkel van Karien Herraets. “Ik was dol op speelgoed, ik kocht het voor mijn neefjes, nichtjes en kinderen van vriendinnen. Zelfs nu ik 57 ben, is het kind in mij er nog steeds.” Op een dag stond ze in De Engelbewaarder met hoge nood. “Ik mocht van Karien naar het toilet in het woongedeelte boven de winkel. Ik keek mijn ogen uit, het was net een poppenhuis. Ik dacht: hier wil ik wonen!”

Yvonne verhuisde naar Rotterdam om haar vakdiploma speelgoed te halen. Toen ze vijf jaar later weer door de Lange Hezelstraat fietste, zag ze dat De Engelbewaarder te koop stond. Inmiddels woont ze al 20 jaar in het poppenhuis waar ze vroeger van droomde en verkoopt ze het speelgoed waar ze toen al gek op was. Speelgoed van duurzaam materiaal, voornamelijk hout. “Dat voelt zoveel warmer en zachter in je handen dan plastic. Kinderen mogen hier dan ook overal aankomen, kwaliteit moet je voelen.”

Hoe ze de recessie heeft overleefd, weet Yvonne Roelofs niet. “Ik heb het zwaar gehad, maar ik zit er nog. Ik denk dat ik dat aan mijn vakkennis te danken heb. Verkopen is durven, ik durf mijn klanten ook tegen te spreken. Soms willen ze iets kopen wat helemaal niet bij de leeftijd past, een poppenhuis voor een kindje van twee bijvoorbeeld. Op die leeftijd kan een kind dat spel nog helemaal niet spelen. Het is de leeftijd waarop ze hun ouders na willen doen, koken en vegen bijvoorbeeld.”

Yvonne zwaait enthousiast naar buiten als er een klant voorbij loopt. “Ik heb een grote vaste klantenkring. Moeders die hier vroeger met hun kinderwagen stonden, komen nu iets kopen voor hun kleinkinderen. Toeristen komen hier ook veel, die vinden dit monumentale pand in de oudste winkelstraat van Nederland prachtig.”

Bij de Engelbewaarder gaat het altijd over geboorte, kinderen en verjaardagen. Dat vindt Yvonne heerlijk maar het doet ook wel eens pijn. “Mijn eigen kinderwens is nooit uitgekomen. Daar heb ik wel verdriet over gehad, misschien nog wel het meest over het feit dat ik geen oma wordt. Toen hier pas drie oma’s enthousiast stonden te praten over hun kleinkinderen, rolden de tranen over mijn wangen. Toch ben ik blij met hoe mijn leven gelopen is. Mijn droom is uitgekomen, ik ben al twintig jaar dolgelukkig in mijn winkeltje.”

Een kast van een huis met een zolder vol spullen en een dure bak voor de deur? Nope, dat is anno 2016 niet waar we allemaal naar streven. Steeds meer Nederlanders willen minder, kleiner en eenvoudiger. De tiny house movement groeit met de dag. Waarom willen zoveel mensen in zo’n klein huisje wonen?

Trots stapt Marjolein Jonker (40) uit Langedijk haar toekomstige nieuwe huisje binnen. ‘Hier komt de keuken’, zegt ze. Ze hoeft geen stap te zetten om ook de plek van de zithoek, het houtkacheltje, de slaaploft en de badkamer met zitbad aan te wijzen. Het huis is namelijk maar twintig vierkante meter groot.

Marjolein was opslag verliefd toen ze een paar jaar geleden voor het eerst foto’s van tiny houses tegenkwam op Amerikaanse blogs. Nu laat ze door timmerman Dimka Wentzel zo’n klein zelfvoorzienend huis op wielen voor zichzelf bouwen. Na Amerika begint nu ook in Nederland de bouw van zulke huisjes op gang te komen. Ze worden gebouwd door individuen zoals Marjolein, maar ook door productiebedrijven zoals Mill Home, dat vorig jaar als dochterbedrijf van deurpanelenfabrikant Mill Panel werd opgericht. Directeur Rob Besemer (57) uit Cuijk: ‘Eind maart waren onze eerste twee huisjes af. Gemeentes, woningbouwcoöperaties, bouwbedrijven en architecten reageerden daar heel enthousiast op tijdens een bouwbeurs in Amsterdam.’

De mobiele minihuisjes zijn zo populair dat verschillende gemeentes zich nu buigen over mogelijkheden voor standplaatsen. Op een informatieavond in Alkmaar kwamen meer dan 200 geïnteresseerden af en de community Tiny House Nederland op Facebook heeft bijna 8000 volgers. Waar komt die enorme interesse in miniwoningen ineens vandaan? Rob Besemer heeft wel een idee. ‘Vroeger ging je trouwen, kocht je een huis en de rest van je leven betaalde je je hypotheek af. Aan het einde van de rit zat je gebeiteld. Dat is nu niet meer zo. Vaste contracten zijn schaars, de huizenmarkt wankelt, het aantal alleenstaanden groeit en het milieu wordt bedreigd. We zijn toe aan iets nieuws.’

Vrijheid
‘Ik wil niet 30 jaar vast zitten aan een hypotheek’, zegt freelance ontwerper Auke de Vor (26). Hij ontwerpt de tiny houses van Mill Home en wil zelf met zijn vriendin Jildou Doornenbal in zo’n huisje gaan wonen. Voor starters zoals hen zijn de kleine huisjes een uitkomst. Auke: ‘Het zijn niet zozeer de huisjes zelf waar ik verliefd op ben geworden, maar de lifestyle die ze faciliteren. Als ik om me heen kijk zie ik veel mensen die van maandag tot en met vrijdag druk zijn. Ze werken hard om hun hypotheek of huur te kunnen betalen maar hebben bijna geen tijd om van hun huis te genieten. Dat wil ik niet. En ik hoor leeftijdsgenoten zich ook afvragen of het niet anders kan. Dat kan: een tiny house kost gemiddeld 30.000 euro, het energieverbruik is laag en aan inrichting en onderhoud ben je ook weinig kwijt. Het geld en de tijd die ik zo bespaar, besteed ik liever aan vrienden, familie, reizen of muziek maken. Aan leven dus.’

Auke en Jildou zijn niet de enige. ‘Millennials vinden ervaringen belangrijker dan bezittingen’, schreef The Advertising Research Foundation begin 2015 naar aanleiding van het onderzoek The Pursuit of Happiness (2014). Daarin wordt onderzocht wat millennials (geboren tussen 1980 en 2000) wereldwijd belangrijk vinden. ‘Geluk betekent voor millennials dat ze alles uit hun leven halen, een doel voor ogen hebben en betekenisvolle ervaringen beleven’ schrijven de onderzoekers. ‘Twintigers en dertigers van nu worden niet gevormd door hun bezit’, schreef ook de Washington Post vorig jaar in een artikel over de minimalisme-trend. ‘Veel millennials die opgroeiden in de verzamel-ze-allemaal-cultuur kiezen nu voor een simpel leven met minder spullen in kleine ruimtes in de binnenstad. Ze zijn niet geïnteresseerd in het vullen van schappen, ze geven hun geld liever uit aan ervaringen.’

Te groot  
Niet alleen twintigers en dertigers hebben die behoefte, ook Marjolein van 40 herkent zich erin. Maar dat is niet de enige reden dat ze voor een tiny house kiest. ‘Wat moet ik in mijn eentje met een groot huis?’, vraagt ze zich als single af. ‘Het eengezinshuis waar ik nu woon is al veel te groot voor mij alleen. Een kamer die leeg staat gebruik ik bijvoorbeeld alleen maar om de was op te vouwen. Zonde toch? Bovendien is dit de enige manier waarop ik in mijn eentje een huis kan kopen.’

Het aantal alleenwonenden stijgt in Nederland en zal de komende jaren blijven stijgen volgens het CBS. Jongeren gaan eerst op zichzelf wonen voordat ze gaan samenwonen, het aantal echtscheidingen neemt toe en Nederland vergrijst. ‘Singles en gepensioneerden behoren dus ook tot onze doelgroep’, vertelt Rob Besemer. Zelf ziet hij zo’n huisje later ook wel zitten. ‘Ik ben nu 57 en vind groot wonen nog wel fijn. Ik heb een hele zolder vol met spullen waar ik nog geen afscheid van wil nemen. Maar als ik straks gepensioneerd ben en geen zin meer heb in al het onderhoud dat bij een groot huis met tuin hoort, dan ga ik misschien liever in zo’n klein huisje wonen aan het park, waar het gras voor me gemaaid wordt. Het kan trouwens ook een uitweg zijn om eerder met pensioen te gaan.’

Minder is fijn 
Genoeg praktische reden om voor zo’n klein huisje te kiezen dus. Maar het is meer dan dat. ‘Eenvoudig wonen met weinig spullen is gewoon heerlijk’, vindt Marjolein. ‘Het geeft rust en ruimte. Niet alleen in je huis maar ook in je hoofd. Het zorgt voor minder stress en meer overzicht, iets waar volgens mij veel mensen behoefte aan hebben in deze tijd van overvloed.’ Dat wil niet zeggen dat Marjoleins huisje een sober hok zonder inhoud wordt. ‘Ik houd van mooie spullen net als de meeste mensen, het hoeft alleen niet véél te zijn. Juist omdat ik weinig kwijt kan, sta ik bewuster stil bij wat ik koop. Zo heb ik speciaal voor mijn tiny house een prachtige Bruynzeel keuken laten ontwerpen en op de gevel komt heel mooi thermisch gemodificeerd hout van ModiWood. Ik ben straks omgeven door spullen en materialen waar ik helemaal verliefd op ben en daar word ik elke dag weer blij van.’

Ook bij Mill Home staan luxe en comfort voorop. ’Een tiny house is geen kunststof hok zoals een caravan, het is een luxe huisje van kwalitatief hoogwaardig materiaal. Dat verschil proef je in alles. De luxueuze badkamer geeft bijvoorbeeld een heel andere beleving dan het chemisch toilet in een camper of caravan. Alles wat er in zit is high tech zodat je in hoge kwaliteit kunt leven, maar dan met minder. Dat is ook nog eens goed voor de natuur’, vertelt Rob.

Dat laatste is voor velen ook een belangrijke reden om te minderen. Marjolein: ‘We zijn toch gewoon het milieu aan het verprutsen met z’n allen? We kunnen niet meer eindeloos consumeren, we moeten het gewoon anders gaan doen. Klein wonen is daar een goed voorbeeld van. Mijn huisje is goed geïsoleerd en voorzien van zonnepanelen en andere duurzame energie-oplossingen. Daardoor is het helemaal zelfvoorzienend, alleen voor water moet ik nu nog een slang aansluiten. Als ik straks ergens een paar jaar sta wil ik regenwater gaan opvangen en zuiveren. Maar nu eerst mijn huisje afmaken en hopen dat er snel mooie standplaatsen beschikbaar komen.’

Volg het avontuur van Marjolein op www.marjoleininhetklein.com.

Het CBS bestempelde ons dit jaar tot de flexgeneratie: een razendsnel groeiende groep twintigers en dertigers die het maken van grote keuzes steeds verder uitstelt en zich niet wil vastleggen. Krijg jij het ook Spaans benauwd van keuzes maken en heb je altijd het gevoel dat je de verkeerde maakt? Coach Marije de Jong en besliskunde-psycholoog René Wokke vertelden mij voor dit Cosmo-artikel hoe je daar mee omgaat. Om te beginnen: ‘de juiste keuze bestaat niet’.

Beter-beslissen-kun-je-leren.compressed-1

 

Minder huis, meer leven. Dat is de kern van de tiny house movement die na Amerika nu ook in Nederland steeds meer aanhangers krijgt. Marjolein Jonker uit Langedijk is één van de eerste in Nederland die in zo’n huisje gaat wonen. Ik mocht haar interviewen voor de Betuwe editie van de Gelderlander, omdat haar huisje in Bemmel gebouwd wordt door de Velpse timmerman Dimka Wentzel.

tinyhousebemmel.compressed

 

‘Do one thing that scares you everyday’ zei Eleanor Roosevelt ooit en dat vind ik een mooi levensmotto. Want telkens als je iets doet wat je eng vindt, kun je de wereld een stukje beter aan, zo lijkt het. ‘Klopt’, zegt psychologe Barbara Dahmen. Voor Cosmopolitan vroeg ik haar waarom het goed is om je angsten onder ogen te komen en hoe je dat doet.

Lef-kun-je-leren.compressed

Voor het &-katern van de Gelderlander maakte ik een aantal afleveringen van de rubriek Net Gekocht (later Heilig Huisje), waarin mensen vertellen over hun (nieuwe) huis. Hieronder een kleine greep uit de serie: een interview met mijn broertje, die zijn huis in Beugen samen bouwde met zijn nieuwe buren, en het verhaal van Joop Koopman die in de jaren zeventig een groen paradijsje aan de Nijmeegse Waaldijk wist te bemachtigen.

 

Download (PDF, 286KB)

En-katern – heilig huisje joop koopman

 

 

Toetsweken, vakkenpakketten, weektaken of huiswerk zijn op De Vallei in Driel niet aan de orde. Op deze democratische middelbare school bepalen leerlingen zelf hoe hun lesdag eruit ziet. Wordt er dan wel geleerd? ‘Jazeker’, zegt coach Pauline Fokkelman. ‘Kinderen willen van nature leren maar worden tegengehouden omdat ze zoveel moeten.’ Hoe dat precies zit, lees je in dit artikel dat ik schreef voor De Gelderlander.

De-Vallei-democratisch-onderwijs

Nadat jarenlang alles groter, beter en luxer moest, lijken we nu behoefte te krijgen aan rust en overzicht. In plaats van luxe en status kiezen we voor minder, kleiner en eenvoudiger. Het zijn vooral millennials die dit idee van ‘travelling light’ als levensstijl omarmen, op alle gebieden van mode tot reizen en van huizen tot technologie. Ervaringen zijn belangrijker dan spullen – telefoons daargelaten.

Download (PDF, 211KB)

 

Mijn voeten wiebelen, mijn armen zwaaien en mijn knieën knikken als ik omhoog kom uit het water van de Slijk-Ewijkse plassen. Voor de Gelderlander doe ik een poging om te flyboarden, een nieuwe attractie bij Beachclub Watergoed in Valburg. Terwijl de kracht van de waterstralen onder mijn voeten toeneemt, voel ik mijn balans afnemen. ‘Probeer je rug recht te houden en je hakken naar beneden te duwen’, tipt instructeur Dave vanaf zijn waterscooter. Dat helpt. Opeens zweef ik drie meter boven het water.

Download (PDF, 1.38MB)

Nadat in september 1944 Operation Market Garden was mislukt, werd de Betuwe de nieuwe frontlinie van de Duitsers en de geallieerden. Bewoners moesten evacueren, was het niet omdat er over en weer werd geschoten dan was het wel omdat de Duitsers in december de dijken doorstaken, waarna het Rijnwater met grote kracht de Betuwe in stroomde.

Toen de Betuwnaren maanden later terugkeerden wisten ze niet wat ze zagen. Vijf Betuwnaren delen de herinneringen van hun thuiskomst.

Download (PDF, 222KB)

Lees de drie vervolgverhalen van deze serie hier.

 

Nadat in september 1944 Operation Market Garden was mislukt, werd de Betuwe de nieuwe frontlinie van de Duitsers en de geallieerden. Bewoners moesten evacueren, was het niet omdat er over en weer werd geschoten dan was het wel omdat de Duitsers in december de dijken doorstaken, waarna het Rijnwater met grote kracht de Betuwe in stroomde.

Maanden later keerden Betuwnaren terug in een verwoest gebied. Hun huizen waren verwoest, hun spullen waren geplunderd en elektriciteit of stromend water was er niet. Hoe zag hun dagelijks leven er uit? Vijf Betuwnaren delen hun herinneringen.

Download (PDF, 202KB)

Nadat in september 1944 Operation Market Garden was mislukt, werd de Betuwe de nieuwe frontlinie van de Duitsers en de geallieerden. Bewoners moesten evacueren, was het niet omdat er over en weer werd geschoten dan was het wel omdat de Duitsers in december de dijken doorstaken, waarna het Rijnwater met grote kracht de Betuwe in stroomde.

Maanden later keerden Betuwnaren terug in een verwoest gebied. Hun huizen waren verwoest, hun spullen waren geplunderd en elektriciteit of stromend water was er niet. Hoe kwamen ze aan eten, spullen en kleren? Vijf Betuwnaren delen hun herinneringen.

Download (PDF, 217KB)