Voor Knack interviewde ik Valerie en Tim die met hun dochtertje Fenna en hun hond Lewis in een rijdend hostel wonen. Elke week nemen ze nieuwe gasten mee op avontuur.

Knack Nomads Bus

Een eigen huis heeft Monique Appels niet meer. Ze past het hele jaar door op huizen van mensen die op reis of op vakantie zijn. Hoe werkt dat?

Er klinkt luid geblaf achter het raam van de boerderij in het Achterhoekse Drempt waar Monique Appels(53) de poort openmaakt. Voor één week is dit haar huis. “Het is een hele lieve hond hoor, ze is gewoon erg enthousiast” zegt Monique over Duitse herder Prezzi, die voor één week haar hond is. “Prezzi is een hond met een gebruiksaanwijzing. Ze functioneert het beste als ze thuis is, in haar vertrouwde omgeving. Daarom gaat ze niet naar een pension als haar baasje op vakantie gaat, maar kom ik op haar passen.”

Monique past fulltime op de huizen en huisdieren van anderen, een eigen huis heeft ze sinds 2014 niet meer. Vandaag woont ze in de afgelegen boerderij in de Achterhoek, volgende week is dat misschien in een vrijstaande villa in Bloemendaal of een huis aan het bos in Heemstede. Monique: “Ik werk als businesscoach voor ondernemers in de hondenbranche. Dat werk kan ik overal doen, meer dan een telefoon, een laptop en een wifiverbinding heb ik niet nodig. Dat maakt mij locatieonafhankelijk, ik kan leven en werken waar ik maar wil.”

Geen plek onder de zon

Het begon allemaal in 2014, toen Monique haar bedrijf zo organiseerde dat ze overal ter wereld kon werken. Als eerste ging ze naar Fins Lapland. “Ik wilde altijd al een keer als vrijwilliger op een huskyfarm werken. Daar had ik het zo naar mijn zin dat ik na een paar weken dacht: ik wil eigenlijk niet meer terug. Ik heb mijn huis en mijn spullen in Nederland verkocht en ik ben verder gaan reizen. In Noorwegen werd ik verliefd op een man waar ik een hele tijd mee samenwoonde. Toen die relatie begin 2016 eindigde, ben ik teruggekeerd naar Nederland.”

Monique: “Een vriendin die op vakantie ging vroeg of ik op haar twee kittens wilde passen.”

Op dat moment had Monique helemaal niets meer, niet eens een dak boven haar hoofd. Daar raakte ze wel even van in paniek. “Ik dacht dat ik weer op zoek moest naar een huis, maar eigenlijk wilde ik dat helemaal niet. Het reisvirus had me te pakken. Ik vroeg me af of ik wel weer permanent ergens wilde wonen. Op dat moment vroeg een vriendin die op vakantie ging of ik in haar huis wilde logeren om op haar twee kittens te passen. Van het een kwam het ander, ook andere vrienden en kennissen vroegen me daarna om op hun huis en huisdieren te passen. Mensen die ik niet zo goed kende waren zelfs bereid om me ervoor te betalen. Toen kwam de ondernemer in mij naar boven, ik zag daar wel een business in.”

Honden met een rugzakje

 

Er zijn in Nederland heel wat mensen die op huizen van anderen passen, bijvoorbeeld via platformen als Huizenoppassite.nl of Holidaylink.com. Meestal gaat het om een vorm van ruilhandel, mensen passen op een huis in ruil voor gratis onderdak. Het kan een hobby zijn of een vorm van vakantie in eigen land. Voor Monique is dat anders. Ten eerste leeft ze nomadisch, waardoor ze het hele jaar door op huizen past. Ten tweede zorgt ze specifiek voor honden met een rugzakje, zoals Prezzi. Daarom vraagt ze er 300 euro per week voor.

“Ik werk al 17 jaar professioneel met honden” vertelt Monique, terwijl hond Prezzi dicht tegen haar aan kruipt op de bank. “Ik ben opgeleid als instructeur en hondengedragstherapeut en heb onder meer een honden uitlaatdienst, een gedragstherapiepraktijk en meerdere hondenscholen gehad. Ik weet dus heel goed wat honden nodig hebben en wat ik van ze kan verwachten. Dat onderscheidt mij van andere huizenoppassers.”

Monique: “Ik waarschuw mensen van te voren: als ik iets nodig heb, ga ik in de lades snuffelen.”

De honden waar Monique op past hebben bijvoorbeeld veel beweging of aandacht nodig, ze schieten snel in de stress, zijn bang voor mensen of andere honden of worden vanwege hun ras door pensions geweigerd. Als er meer dan twee honden in huis zijn, loopt de prijs per week op. Monique: “Zo heb ik een klant met vijf honden die niet allemaal tegelijk uitgelaten kunnen worden. Daar krijg ik 100 euro per dag voor. Zij hebben in het verleden ook wel eens een nichtje of buurmeisje op de honden laten passen, maar die zegt dan: ‘Vandaag kan ik de honden niet uitlaten want ik heb proefwerkweek.’ Dat kan natuurlijk niet. Daarom kiezen zij nu liever voor een professionele hondenoppas waar ze zakelijke afspraken mee kunnen maken. De meeste mensen vinden het ook gewoon fijn dat er iemand in huis is als ze afwezig zijn, om inbraak te voorkomen bijvoorbeeld. Daarbij geef ik ook de planten water, leeg ik de brievenbus en zet ik het vuilnis buiten.”

Voordat Monique ergens gaat oppassen, gaat ze altijd eerst kennismaken. “Dan maak ik afspraken met de bewoners over het verzorgen en uitlaten van de honden. We spreken bijvoorbeeld ook af dat ik niet rook in huis, dat ik de wasmachine mag gebruiken en dat ik bezoek mag ontvangen zonder overnachting. Sommige mensen stellen een auto ter beschikking zodat ik met de honden naar het bos kan. Dat soort dingen leggen we allemaal vast. De meeste mensen vinden het wel spannend dat er een vreemde in hun huis komt, vooral de eerste keer. Natuurlijk ga ik respectvol met hun huis om, maar ik waarschuw ze wel van te voren: als ik iets nodig heb, ga ik in de lades snuffelen. Dat realiseren de meeste mensen zich ook wel. Maar ik snap ook dat er mensen zijn die om die reden nooit een oppas in huis zouden halen.”

Tandenborstel op de wastafel

Omdat ze in een nichemarkt zit, kost het Monique niet veel moeite om oppasadressen te vinden. Sinds januari 2017 zit ze bijna doorlopend volgeboekt. “Daar zitten wel tussenpozen van een paar dagen tussen want oppasklussen sluiten bijna nooit naadloos op elkaar aan. Dan ga ik een paar nachten bij vrienden logeren of een weekendje naar Berlijn of Kreta.”

Een vaste plek om naar terug te keren heeft Monique dus niet. Die mist ze ook niet. “Om me ergens thuis te voelen hoef ik niet aan een plek gehecht te zijn. Ik heb wel gemerkt hoe belangrijk het is om mijn tas uit te pakken. De eerste keren dat ik op een huis paste, deed ik dat niet. Ik dacht: Ach, voor die paar dagen. Daardoor bleef ik me reizende voelen, altijd klaar voor vertrek. Nu is dat het eerste wat ik doe: mijn tandenborstel op de wastafel zetten, mijn laptop installeren aan de keukentafel en mijn kleren in de kast hangen. Dan voelt een huis of appartement als mijn plek.”

Monique: “Als je leven constant verandert, is het fijn als er een rode draad is die hetzelfde blijft.”

“Mijn rituelen zijn ook belangrijk voor me. Als ik wakker word drink ik twee glazen water en dan ga ik met de hond wandelen. Altijd, waar ik ook ben. Ik ben graag buiten en ik vind het fijn om ’s ochtends meteen in beweging te zijn. Als er geen hond in huis is ga ik alleen. Dat soort gewoontes geven me houvast. Als je leven constant verandert, is het fijn als er een rode draad is die hetzelfde blijft.”

Alles in één backpack

Natuurlijk zitten er ook nadelen aan haar nomadische levensstijl. Monique: “Een tijdje geleden heb ik in Sofia een hele leuke Australische man ontmoet. Hij was eind vijftig en reisde al jaren. We hebben samen gegeten en we vonden elkaar echt leuk, maar na een paar dagen reisden we allebei weer door. Als we meer tijd samen hadden gehad, had ik die man beter kunnen leren kennen. Ik zeg niet dat we dan een relatie zouden hebben gekregen, maar dan had het wel een kans gehad. Mijn levensstijl maakt het moeilijk om relaties aan te gaan.”

“Dat geldt net zo goed voor vriendschappen. In Madrid zat ik drie dagen lang in een hostel met twee Amerikaanse vrouwen en daar heb ik zo’n ontzettend leuke tijd mee gehad. Als we meer tijd met elkaar hadden doorgebracht, was er wellicht een vriendschap ontstaan. Maar daarvoor was het contact te kort. Aan de andere kant zou ik al die interessante mensen niet ontmoeten als ik niet zou reizen.”

Monique: “Ik heb alleen nog spullen die waarde toevoegen aan mijn leven. Geen vorken, bloemvazen of fotolijstjes.”

Het grote voordeel is dat Monique nooit wakker ligt omdat haar dak gerepareerd moet worden of haar hypotheek te hoog is. Over spullen maakt ze zich ook niet zo druk. Monique: “Alles wat ik bezit past in één backpack. Ik houd wel van luxe hoor – ik kan enorm genieten van een vijfsterrenhotel en als ik op een chique villa mag passen vind ik het heerlijk om op die dure bank voor die grote tv te hangen. Maar ik hoef dat allemaal niet zelf te bezitten. Ik heb alleen nog spullen die waarde toevoegen aan mijn leven: geen vorken, bloemvazen of fotolijstjes maar wel de allernieuwste iPhone en MacBook.”

Een maakbaar leven

Monique: “Ooit wilde ik zo snel mogelijk trouwen, een huis kopen en kinderen krijgen.”

‘Waar ben je voor op de vlucht?’ vragen mensen wel eens aan Monique. Ze snapt dat veel mensen onrustig zouden worden van haar levensstijl. Monique: “Voor mij voelt dit niet als onrust want dit past bij mij. Waarom dat zo is weet ik zelf ook niet. Ik leef zo omdat het me gelukkig maakt, niet omdat ik me af wil zetten of rebels wil zijn. Niet dat ik altijd zo vrij van geest was. In mijn puberteit had ik een vriendinnetje dat ging backpacken in Pakistan. Vreselijk leek mij dat. Het enige dat ik wilde was zo snel mogelijk trouwen, een huis kopen en kinderen krijgen. Achteraf denk ik dat ik toen alleen maar aan een bepaald verwachtingspatroon wilde voldoen.”

“Nu ben ik in de vijftig en maak ik mijn eigen keuzes. ‘Wat een geluk, dat zou ik ook wel willen’ zeggen mensen wel eens tegen mij. Dat kun jij ook, maar dan moet je zelf die keuze maken en je niet laten tegenhouden door anderen die zeggen: ‘Zou je dat nou wel doen’ of ‘Dat wordt toch niks’. Zelf was ik vroeger bijvoorbeeld slecht in leren, ik kon me niet goed concentreren. Ik weet nog heel goed dat mijn vader tegen mij zei: ‘Je kunt niet altijd alleen maar doen wat je leuk vindt.’ Toch doe ik nu alleen maar wat ik leuk vind – op wat administratie en afwas na dan. Ik word zo blij van mijn werk! Dat is mij niet zomaar overkomen, daar heb ik zelf voor gekozen.”

Monique: “Je leeft maar één keer, dan kun je er beter wat van maken toch?”

“Begrijp me niet verkeerd, ik vind niet dat iedereen nomadisch moet gaan leven. Als jouw kantoorbaan, gezin of rijtjeshuis bij jou past, dan is dat fantastisch. In mijn werk als coach spreek ik echter ook veel mensen die niet tevreden zijn met hun leven. Ze voelen zich belemmerd, zien niet in dat het ook anders kan, denken dat ze geen keuze hebben. Zonde! Je leeft maar één keer, dan kun je er beter wat van maken toch? Natuurlijk heb je niet alles in de hand, je bepaalt niet wat je overkomt. Maar je bepaalt wel hoe je daar mee omgaat. Toen mijn relatie in Noorwegen uitging en ik dakloos terugkeerde naar Nederland, was ik verdrietig, boos en bang. Ik koos ervoor om dat niet als het einde van mijn leven te zien, maar als een nieuw begin. Alles stond open, ik kon gaan doen wat ik wilde. Dat doe ik nu nog steeds.”

Hoe haar toekomst eruitziet weet Monique op dit moment niet. “Ik pas nu voornamelijk op huizen in Nederland maar ik zou het heerlijk vinden om in de toekomst ook op huizen in het buitenland te passen. Ik denk ook wel eens dat een tiny house wat voor mij zou zijn. Een plek waar ik mijn eigen spullen heb maar toch mobiel blijf. We zien wel, op dit moment weet ik alleen dat ik in april op een huis in Egmond aan den Hoef pas, daarna op een huis in Schoorl en in mei op een huis in Leusden.”

Dit verhaal schreef ik voor mijn online magazine Trant. Meer verhalen lezen van mensen die bijzondere levenskeuzes maken? Volg Trant op Facebook of Twitter of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Ze zijn er nog: echte speciaalzaken van ondernemers die niet raken uitgepraat over hun spullen. Zoals Yvonne Roelofs (57) van speelgoedwinkel De Engelbewaarder in Nijmegen.

Winkeltje spelen, dat vindt Yvonne Roelofs het leukste wat er is. “Dat doe ik al sinds mijn achtste. Als dochter van een melkboer kreeg ik vroeger van mijn vader een oude leren melktas. Dan maakte ik stapeltjes geld en dan ging ik spelen. Dat doe ik nu nog steeds.”

Ruim dertig jaar geleden werd Yvonne verliefd op het monumentale pand met de gekleurde trappetjes in de Nijmeegse Lange Hezelstraat. Ze werkte in een kledingwinkel verderop en was kind aan huis bij de speelgoedwinkel van Karien Herraets. “Ik was dol op speelgoed, ik kocht het voor mijn neefjes, nichtjes en kinderen van vriendinnen. Zelfs nu ik 57 ben, is het kind in mij er nog steeds.” Op een dag stond ze in De Engelbewaarder met hoge nood. “Ik mocht van Karien naar het toilet in het woongedeelte boven de winkel. Ik keek mijn ogen uit, het was net een poppenhuis. Ik dacht: hier wil ik wonen!”

Yvonne verhuisde naar Rotterdam om haar vakdiploma speelgoed te halen. Toen ze vijf jaar later weer door de Lange Hezelstraat fietste, zag ze dat De Engelbewaarder te koop stond. Inmiddels woont ze al 20 jaar in het poppenhuis waar ze vroeger van droomde en verkoopt ze het speelgoed waar ze toen al gek op was. Speelgoed van duurzaam materiaal, voornamelijk hout. “Dat voelt zoveel warmer en zachter in je handen dan plastic. Kinderen mogen hier dan ook overal aankomen, kwaliteit moet je voelen.”

Hoe ze de recessie heeft overleefd, weet Yvonne Roelofs niet. “Ik heb het zwaar gehad, maar ik zit er nog. Ik denk dat ik dat aan mijn vakkennis te danken heb. Verkopen is durven, ik durf mijn klanten ook tegen te spreken. Soms willen ze iets kopen wat helemaal niet bij de leeftijd past, een poppenhuis voor een kindje van twee bijvoorbeeld. Op die leeftijd kan een kind dat spel nog helemaal niet spelen. Het is de leeftijd waarop ze hun ouders na willen doen, koken en vegen bijvoorbeeld.”

Yvonne zwaait enthousiast naar buiten als er een klant voorbij loopt. “Ik heb een grote vaste klantenkring. Moeders die hier vroeger met hun kinderwagen stonden, komen nu iets kopen voor hun kleinkinderen. Toeristen komen hier ook veel, die vinden dit monumentale pand in de oudste winkelstraat van Nederland prachtig.”

Bij de Engelbewaarder gaat het altijd over geboorte, kinderen en verjaardagen. Dat vindt Yvonne heerlijk maar het doet ook wel eens pijn. “Mijn eigen kinderwens is nooit uitgekomen. Daar heb ik wel verdriet over gehad, misschien nog wel het meest over het feit dat ik geen oma wordt. Toen hier pas drie oma’s enthousiast stonden te praten over hun kleinkinderen, rolden de tranen over mijn wangen. Toch ben ik blij met hoe mijn leven gelopen is. Mijn droom is uitgekomen, ik ben al twintig jaar dolgelukkig in mijn winkeltje.”

Op 21 januari 2015 openen Bep en Frits van Woudenberg de supermarkt Attent Groenteschuur in Valburg. In dit interview voor De Gelderlander vertellen ze over de uitdaging om een supermarkt te runnen in een dorpje van 1800 inwoners, en waarom zij duizendmaal liever in zo´n dorpje zitten dan in een stad.

Gelderlander - dorpssuper

Biologisch is hip. Maar hoe werkt biologisch boeren eigenlijk? André Jurrius uit Randwijk heeft 95 hectare grond waar hij meer dan dertien soorten gewassen op verbouwt, uiteraard zonder kunstmatige hulpmiddelen. Daar moet je creatief voor zijn. “Creatief, inventief en een beetje tegendraads, dat is biologisch boeren”, vertelde André toen ik hem interviewde voor de Gelderlander.

Na jaren van ondernemen wilden Rotterdammers Leen en Bertus iets gaan doen wat ze echt leuk vonden. In de kroeg kladden ze bierviltjes vol met plannen voor een barbierszaak. Schorem was geboren. Dat het succes zo groot zou zijn, hadden ze echter niet verwacht. Ik interviewde Bertus voor Yellow Walnut.

De rij voor de deur is meters lang, de wachttijd bedraagt uren. Maar de mannen die barbierszaak Schorem in Rotterdam bezoeken, hebben het er graag voor over. Met een borrel in hun hand en een muziekje op de achtergrond wachten ze geduldig op een ambachtelijke knip- en scheerbeurt in deze vrouwvrije zone. Want elke man heeft recht op een plek waar hij even man kan zijn, vinden de heren van Schorem.

Achter die stroom aan klanten gaan geen doordachte marketingplannen schuil. Schorem komt simpelweg voort uit een stapel bierviltjes en liefde voor een oude ambacht. Robert Rietveld – beter bekend als Bertus – vertelt: “Leen en ik zitten allebei al sinds ons 14e in het kappersvak en hebben al meerdere kapperszaken gerund. Na al die jaren hadden we zin om een tijdje iets te gaan doen wat we leuk vonden en waar we goed in waren. Lekker onze eigen muziek draaien en slap ouwehoeren met mannen onder elkaar. Op een avond in de kroeg schreven we bierviltjes vol met ideeën en kwam Schorem tot leven.”

Het slechtste ondernemersadvies ooit
In dat verhaal schuilt meteen de belangrijkste ondernemerstip vanBertus: ga doen wat je het liefste doet. “Denk niet na over wat de klant zou willen maar ga doen waar je zelf zin in hebt. Dat is waarschijnlijk het slechtste ondernemersadvies ooit, maar het is wel de reden dat Schorem is geworden wat het is. Iedereen probeerde ons goedbedoelde adviezen op te dringen maar daar hebben wij nooit naar geluisterd, we doen alleen dingen die wij zelf echt gaaf vinden. Ik snap dat dat niet voor alle ondernemers werkt, maar het is de drijvende kracht achter Schorem.”

Terwijl Leen en Bertus adviezen in de wind sloegen, liepen de wachttijden in de kapperszaak binnen drie weken op tot twee á drie uur. Schorem groeide hard. Bertus: “We begonnen met z’n tweeën en zijn drie jaar later met 15 man. We zijn nu naar een groter pand verhuisd, meer dan zes uur wachten werd te gek.”

Echtheid
Wat is het geheim achter die groeispurt? “Schorem is echt”, verklaart Bertus. “Elk tegeltje aan de muur hebben we zelf verzameld. En iedereen is hier gelijk, iemand die helemaal onder de tatoeages zit, zit een biertje te drinken met een advocaat. Met het verdwijnen van barbershops in het Westen is een belangrijke plek in de maatschappij verloren gegaan. Bij ons wordt je weer gedwongen om met elkaar te praten.”

Social media speelt ook een belangrijke rol. “Door social media is Schorem uitgegroeid tot internationale bekendheid, wat best bijzonder is voor zo’n klein winkeltje in een klein landje. In het begin had ik er een bloedhekel aan om na een drukke dag nog foto’s en verhalen te posten. Maar toen we merkten hoe groot de interesse was, zijn we er steeds doelbewuster mee omgegaan. Ik weet zeker dat het vooral door social media komt dat we nu de hele wereld over kunnen reizen en onze producten kunnen verkopen.”

Waren er dan helemaal geen tegenslagen? Bertus: “Ik zeg niet dat alles van een leien dakje is gegaan, voor sommige dingen moesten we hard knokken. Het is bijvoorbeeld lastig om zo’n drukke winkel met je gezinsleven te combineren. Maar Leen en ik zijn allebei bull-terriers: als we iets vast hebben, houden we dat ook vast.”

Er is maar één Schorem 
Inmiddels steken soortgelijke barbierszaken de kop op in het land. Leen en Bertus vinden het vooral leuk dat het herenvak weer zo in opmars is. “Wat ons betreft mag er in elke stad een barbershop zitten. Al zou ik het zelf verschrikkelijk vinden om in een winkel te moeten staan waarvan ik weet dat ik hem heb nagemaakt.”

De ambachtsmannen houden zich vooral met zichzelf bezig. Bertus: “In de vorige kapperszaak gaan we een barbiersopleiding beginnen, The Old School. Ons Rock ’n Roll festival Scumbash gaat zeker terugkomen en we zijn druk met onze productlijn Reuzel. Er is nog zoveel te doen. Het enige dat we niet willen, is meer barbershops. Schorem is van Rotterdam, en van Rotterdam alleen.”

Jaren geleden zag Ian Hooglander een oud stoeltje langs de kant van de weg staan. Hij knapte het op, verkocht het voor veel geld en dacht: hier moet ik wat mee doen. Vanaf dat moment struinde hij dagelijks het grofvuil af, op zoek naar verborgen schatten. Zijn Droomkast werd direct een groot succes. Maar het was juist dat succes dat leidde tot de grote valkuil: te snel groot willen worden. Lees op Yellow Walnut wat er misging en hoe het weer goed kwam.

Meer lezen over De Droomkast? Lees hier het interview met Ian en Moor dat ik in 2011 schreef voor een magazine op de opleiding journalistiek.

Droomkast-bericht

iPOSE Fotografie - www.ipose.nl“Ik ga nooit personeel aannemen”, riep Joost de Valk toen hij vier jaar geleden voor zichzelf begon. Inmiddels werkt hij met Yoast voor The Guardian en Disney, worden zijn WordPress plugins door miljoenen mensen gebruikt en heeft hij elf man in dienst.

In een interview voor Yellow Walnut verklapt hij dat managen niet zijn sterkste kant is en geeft hij het geheim van zijn succes prijs: “Ik ben een nerd met een vlotte babbel. Die zijn schaars.” Lees meer.

André-GussekloovierkantVoordat zijn werkdag begint neemt hij vaak een duik in de zee. Na een paar productieve uurtjes trekt hij er op uit om een tempel te bezoeken of een berg te beklimmen. André Gussekloo (33) is niet op vakantie of op reis, dit is zijn leven. Hij is een digitale nomade: met zijn laptop en backpack trekt hij van de ene wifi-hotspot naar de andere. Lees hier mijn interview met André Gussekloo voor Yellow Walnut.

Alex KaperMensen een onvergetelijke dag bezorgen, dat is de drijfveer van Alex Kaper (39). Na jaren in loondienst gewerkt te hebben als activiteitenbegeleider, wilde hij zelf de beslissingen maken en zette hij zijn eigen evenementenbedrijf op vanuit zijn appartement. Inmiddels is zijn Veluwe-Events een begrip in bedrijfsuitjes in Gelderland. Lees hier mijn interview met Alex Kaper voor Yellow Walnut.

Maarten StevensMet  een therapeutische achtergrond en geen ondernemers in zijn omgeving moest Maarten Stevens (35) zich de fijne kneepjes van het ondernemersvak helemaal zelf eigen maken. Inmiddels kan hij netwerken en risico’s nemen als geen ander en doet hij wat hij als kind al leuk vond: spellen bedenken. Dankzij de games van zijn bedrijf 8D games hebben brandwondpatiënten minder pijn tijdens behandelingen, snappen leerlingen sommen beter of leren werknemers hun bedrijf kennen. Lees hier het interview met Maarten Stevens voor Yellow Walnut.

In het schuurtje achter zijn huis maakt Joop Buter (81) ambachtelijk drukwerk met een eeuwenoude drukpers. Zoals anderen blind kunnen typen kan hij blind ‘zetten’. Maar wie kan dit apparaat nog bedienen als Joop er straks niet meer is? “Moderne drukkers weten er geen raad mee. Nog even en dit vak is verdwenen”,  vertelt Buter. Een bijzonder verhaal over een uitgestorven beroep.

Download (PDF, 482KB)

 

Druk druk druk zijn we, de dag is altijd te kort. Je belooft die vriendin snel weer te bellen, dat boek blijft je maar aanstaren vanuit de boekenkast en als je de kerstboom eindelijk hebt staan is het alweer nieuwjaar (waargebeurd). Gelukkig is er de Tijdschenkerij: die maakt kaarten waarmee je iemand een stukje van jou tijd kunt schenken. Dat werd tijd.

Download (PDF, 159KB)

Christiaan-HennyOndernemer worden was hij eigenlijk helemaal niet van plan, het idee voor eFaqt ontstond bij Christiaan Henny (28) door zijn leerproblemen. Nu heeft hij niet alleen zijn eigen probleem opgelost maar ook dat van duizenden anderen. Zijn toekomstdroom: dat die duizenden mensen die hij helpt om beter te leren er binnenkort miljoenen worden.  Lees hier het interview met Christiaan Henny dat ik schreef voor Yellow Walnut.

Wist je dat koffie uit Bolivia notig en bloemig smaakt terwijl die uit Rwanda fruitige smaaktonen heeft? En dat Braziliaanse koffie een beetje chocolade en karameltinten bevat? Waarschijnlijk niet. Want in bijna alle koffie die wij kennen, worden bonen uit alle landen door elkaar gebruikt. Maar hoe smaakt koffie nou eigenlijk echt? Dat laat Barista Cas van Rijn zijn klanten proeven. Op koffie ontdekkingsreis!

Download (PDF, 2.14MB)