Vraag de achtjarige Isobel wat ze allemaal leert en ze raakt niet uitgepraat. “Dat totaal onbevangen leergierige wat ze heeft zou wel minder zijn als ze op school zou zitten, vermoed ik” zegt haar moeder. Zij geeft Isobel thuisonderwijs.

In de huiskamer van de eengezinswoning in Lent heeft Isobel Put (8) een parcours uitgezet met kussens, opgerolde dekens en een Wobbel board. “Om de tien rondjes neem ik pauze” vertelt ze terwijl ze over de bank roetsjt. Op een vel papier turft ze haar score. “Ik heb al honderd rondjes gehad.”

Isobel is dol op sport. “Ik zit op floorbal en turnen, mama leert me paardrijden en met papa ga ik wel eens hardlopen” zegt ze. Als ze klaar is met haar parcours, komt ze aan de eetkamertafel zitten. Naast de hovercraft die ze gebouwd heeft van technisch LEGO ligt het boek van Freek in het wild. Nog een favoriet van Isobel: alles wat met natuur te maken heeft. “Soms ga ik met papa op zoek naar bloemen, planten en diertjes die we nog niet kennen. Die zoeken we op in een van deze boeken.” Uit de boekenkast, die een hele wand van de kamer in beslag neemt, haalt ze een stapel naslagwerken tevoorschijn. “In dit boekje staan allerlei soorten spinnen en deze gaat helemaal over planten. Kijk, deze hebben we bijvoorbeeld een keer gevonden: de boterbloem. De waterlelie en de grote ereprijs ook. En de koekoeksbloem hebben we hier in de tuin geplant.”

Isobel heeft een parcours uitgezet in de woonkamer
Recht op vrijstelling  

In Nederland moeten kinderen vanaf vijf jaar verplicht naar school. Toch krijgen zo’n 600 kinderen in ons land thuisonderwijs. Omdat er geen school in de buurt is die bij de levensovertuiging of religie van de ouders past of omdat het kind er door gezondheidsproblemen niet toe in staat is. Isobel valt binnen de eerste categorie. “Ik heb niets tegen het schoolsysteem, voor de meeste kinderen werkt dat prima” vertelt haar moeder Suzan Put. “Wij vinden thuisonderwijs alleen beter bij Isobel passen.”

Suzan: “Ik kreeg een proces verbaal en de leerplichtambtenaar vond dat de rechter zich over de kwestie uit moest spreken”

Toen Isobel twee jaar oud was, was ze al geïnteresseerd in letters. Suzan en haar man Peter verzamelden allerlei spelletjes en oefeningen om Isobel uit te dagen. Hun dochter ging er gretig op in. Suzan: “Toen ze bijna drie was, zijn we op zoek gegaan naar een basisschool voor haar. We lazen schoolgidsen, bezochten websites en praatten met leerkrachten maar we vonden geen school die aansloot bij onze levensvisie. Die kun je het beste beschrijven als humanistisch. We vinden zelfstandigheid en vrijheid heel belangrijk.”

Een maand voordat Isobel vijf werd, schreven Peter en Suzan een brief naar de gemeente waarin ze een beroep deden op hun recht op vrijstelling. Suzan: “Dat kan in Nederland alleen als een kind nog nooit op school heeft gezeten. In ons geval ging de gemeente daar niet zomaar mee akkoord. Ik kreeg een proces verbaal en de leerplichtambtenaar vond dat de rechter zich over de kwestie uit moest spreken. Het werd een heel juridisch verhaal dat een paar jaar duurde. Ondertussen konden we Isobel wel thuis les blijven geven. In 2016 zijn we in hoger beroep vrijgesproken.”

Boekverslagen aan een lijntje

“Kijk, dit werkboek gaat helemaal over natuur” vertelt Isobel verder. “Op deze bladzijde wordt uitgelegd hoe reflectoren werken. Ze zien er uit alsof ze licht geven maar eigenlijk weerkaatsen ze licht dat er op schijnt. Ik vind het heel interessant om te leren hoe iets werkt. Ik zoek op internet filmpjes op over natuur, het liefst van Freek in het wild. Zo leerde ik bijvoorbeeld dat kikkers amfibieën zijn.”

Suzan: “Er ligt nooit druk op het leren en Peter en ik kunnen helemaal aansluiten op haar persoonlijke interesses”

Isobel raakt niet uitgepraat over wat ze leert. “Zo gaat het de hele dag door” lacht Suzan. “Er is altijd en overal wel iets interessants te ontdekken en daar is Isobel zich heel bewust van. Die nieuwsgierigheid en leergierigheid zit in haar karakter, maar ik denk dat het thuisonderwijs dat ook stimuleert. Dat totaal onbevangen leergierige wat ze heeft, zou wel minder zijn als ze op school zou zitten vermoed ik. Er ligt nooit druk op het leren en Peter en ik kunnen helemaal aansluiten op haar persoonlijke interesses. Dat is een stuk leuker en interessanter dan wanneer Isobel op gezette tijden met een klas mee zou moeten doen.”

Leren lezen deed Isobel bijvoorbeeld niet omdat het van een leerkracht moest maar omdat ze zelf informatie wilde kunnen opzoeken. Isobel: “Mijn lievelingsboek op dit moment is ‘Een pittig soepje’ van Femke Dekker. Ik maak ook mijn eigen boekenleggers.” Ze houdt een boekenlegger omhoog en draait zich dan met het boek naar Suzan. “Mama, als ik deze uit heb kunnen we er weer een boekverslag van maken.” Aan een lijn in de woonkamer hangen al een paar boekverslagen op een rij. Suzan: “Als Isobel een boek uit heeft praten we er samen over. Wie is de hoofdpersoon, waar speelt het zich af, wat vond je het leukst? Samen maken we er een verslagje van.”

Trots hangt Isobel haar boekverslagen in de woonkamer op.

En als Isobel geen zin heeft om een boekverslag te maken? Suzan: “Dan doen we het een andere keer. Of helemaal niet. Ik denk niet dat het leerzaam is voor een kind om dingen tegen haar zin in te doen. Ze zal later heus wel eens wat moeten doen waar ze tegenop ziet maar daar leert ze dan wel mee omgaan.”

Winkeltje spelen

Een vaste structuur of gemiddelde lesdag bestaat voor Isobel niet. Ze kiest zelf wat ze wil doen op een dag. “Vanmorgen wilde ik winkeltje spelen” vertelt ze terwijl ze een plastic kassa tevoorschijn haalt. “Mama en ik kopen spullen van elkaar en dan moeten we elkaar geld teruggeven.” Als Isobel zo’n initiatief neemt haakt Suzan daar op in. “Ik bepaal het niveau. Bijvoorbeeld door de bedragen ingewikkelder te maken.”

Suzan: “Isobel heeft geen negatieve associaties met werkboekjes want daar werkt ze alleen in als ze dat zelf wil”

Hoewel het initiatief van Isobel komt, zijn het Peter en Suzan die zorgen dat het aanbod voor het oprapen ligt. Suzan: “Op internet vond ik een pakket van Eurowijs met een werkboekje en een poster over rekenen met geld. Online zijn bijbehorende filmpjes te vinden. Op gegeven moment heb ik de poster op de kast gehangen en Isobel de kassa gegeven.  Nu begint het voor haar te leven en geeft ze zelf aan dat ze ermee aan de slag wil. Toen we vanmorgen klaar waren met de kassa, stelde ik voor om even in een werkboekje van Eurowijs te gaan werken. De kans is groot dat Isobel daar dan zin in heeft, ze zit op dat moment helemaal met haar hoofd in de euro’s. Ze heeft ook geen negatieve associaties met werkboekjes want daar werkt ze alleen in als ze het zelf wil. Zelfs als we op vakantie gaan stopt ze altijd wel wat werkboekjes of natuurgidsen in haar koffer.”

Betekent dat dan dat Suzan 24/7 de rol van juf vervult? “Zo voelt dat voor mij niet. Net zoals spelen en leren met elkaar verbonden zijn, is mijn rol als coach verweven met mijn rol als moeder. Ik leg Isobel niets op, ik ga samen met haar op ontdekking. Daardoor bijt het elkaar niet” vertelt ze.

Isobels broers Julian (14) en Robin (17) gaan wel gewoon naar school. Dat maakt Isobel nieuwsgierig. “Ik vind het wel jammer dat ik niet gewoon even kan uitproberen of ik het leuk zou vinden. Maar ik vind het wel heel fijn dat ik thuisonderwijs krijg. Een klas vol kinderen lijkt me heel druk. Thuis heb ik veel vrije tijd en kan ik leren wat ik zelf wil” zegt ze.

Kerndoelen en cijfers

Isobel zit niet elke dag aan de keukentafel te rekenen, ze gaat ook veel op pad. Isobel: “We gaan paardrijden, maken een natuurwandeling of bezoeken een museum. Dit jaar zijn we bij het Valkhofmuseum, het Archeon en het Nederlands Watermuseum geweest.”

Suzan: “Als we samen iets lekkers bakken leert Isobel over grammen en liters”

Suzan is niet bang dat Isobel lesstof misloopt. “Het één spreekt haar meer aan dan het ander, maar uiteindelijk komt bijna alles wel een keer aan bod. Nu is de natuur bijvoorbeeld helemaal haar ding, dan gaan wij daarin mee. Maar als ze een boek van Freek Vonk leest zit daar ook aardrijkskunde en taal in. Rekenen spreekt haar op dit moment minder aan maar ze is wel gek op het pizzaspel dat haar spelenderwijs breuken leert. En vandaag wilde ze dus winkeltje spelen. Als we samen wat lekkers bakken leert ze over grammen en liters. Om droge sommetjes staat ze niet te springen, maar wie eigenlijk wel?”

Het pizzaspel leert Isobel spelenderwijs breuken.

Toetsen of cijfers krijgt Isobel niet en haar niveau wordt niet op papier vastgelegd. Suzan: “Dat zit allemaal in mijn hoofd. Met een hele klas kinderen zou dat natuurlijk niet kunnen maar ik ben constant met Isobel bezig. Ik observeer en toets haar elke dag spelenderwijs. Wat vindt ze interessant? Waarin loopt ze vast? Toen ze voor het eerst zei dat het kwart voor drie was wist ik dat ze de kwartieren onder de knie had. Als ze hardop een stukje voorleest hoor ik dat ze weer vooruit is gegaan en als ze een ander uitlegt hoe reflectoren werken weet ik dat ze die stof begrijpt. Op dit moment merk ik dat ze in haar spelling de dubbele medeklinker nog wel eens vergeet. Daar moeten we dus de komende tijd op letten.”

Suzan: “Dit jaar gaf Isobel zelf aan dat ze meer geschiedenis wilde leren”

Zo eens in de zoveel tijd werpt Suzan een blik op de kerndoelen. Op het gebied van biologie en techniek is Isobel al ver voor haar leeftijd, terwijl dat bij spelling juist niet zo is. Suzan: “Daar komt ze vanzelf een keer aan toe. Uiteindelijk zorgen we wel dat alles aan bod komt, maar niet op vooraf bepaalde momenten.” Suzan en Peter maken wel elk jaar een onderwijsplan waarin globaal staat wat ze Isobel willen leren. Suzan: “Hoe ouder ze wordt, des te meer stem Isobel daar in krijgt. Dit jaar gaf ze bijvoorbeeld aan dat ze meer geschiedenis wilde leren.”

Isobel: “In een filmpje van Freek in het wild vertelde Freek over hunebedden en dieren van vroeger. Toen begon ik me dingen af te vragen. Hoe maakten de mensen vroeger hutten? Hoe kwamen ze aan eten?” Toen Isobel dat aan haar moeder vertelde kwam Suzan in actie. Ze bestelde de canon van de geschiedenis online en stortte zich met Isobel op de oertijd. Isobel: “We hebben hunebedden nagebouwd in de tuin en zijn naar het Archeon geweest. Toen we op vakantie waren in Oostenrijk heb ik fossielen gevonden.” Suzan kijkt nu al uit naar het moment dat de Romeinen aan bod komen. “Dan kunnen we een bezoekje brengen aan Xanten en aan het Valkhof museum, waar we toch al vaak komen. SchoolTV en Klokhuis hebben ook veel mooie filmpjes over die tijd gemaakt.”

Allesweters

Suzans enthousiasme – en dat van Peter  – is net zo belangrijk als dat van Isobel. “Peter en ik hebben allebei brede interesses en zijn heel leergierig. Ik denk wel dat dat belangrijk is als je thuisonderwijs geeft. Veel ouders zullen dit helemaal niet willen. Je moet constant dingen uitzoeken, informatie verzamelen, met anderen samenwerken en activiteiten organiseren. Dat kost veel energie. Dat is voor ons goed vol te houden omdat we het zo leuk vinden om de hele dag met Isobel bezig te zijn, haar uit te dagen en te prikkelen” vertelt ze.

Suzan en Peter werken beiden parttime als tandarts. Als de één werkt, neemt de ander het onderwijs van Isobel op zich. Suzan: “Dat houdt de afwisseling erin. Voor ons, maar ook voor Isobel. We doen allebei andere activiteiten met haar. Zo heeft Peter laatst een cursus programmeren met Isobel gedaan en gaat hij vaak met haar de natuur in. Ik leer haar gitaar spelen, breien en vilten. Eén keer in de week bakken we iets lekkers en lezen we gedichten aan elkaar voor aan een mooi gedekte tafel. Poetry teatime noemen we dat.”

Een achtergrond in het onderwijs hebben Isobels ouders allebei niet. “Van andere ouders krijgen we wel eens de vraag of wij wel alles weten” zegt Suzan. “Natuurlijk weten wij niet alles maar ik hoef niet alle kennis zelf te hebben om die over te kunnen dragen. Zo lazen we pas wat over de bidsprinkhaan, daar wilde Isobel meteen meer van weten. Ik wist bijna niets over de bidsprinkhaan, maar ik kan er wel samen met haar over lezen, plaatjes kijken en filmpjes zoeken. Bovendien vallen we ook terug op de expertises van anderen. Zo krijgt Isobel een keer in de week pianoles.” Isobel begint meteen te neuriën. “Ik ben nu bezig met Für Elise” vertelt ze.

Andere kinderen

Isobel gaat om de week naar een techniekclubje in Enschede en eens in de twee weken komt ze in Zwolle samen met kinderen die ook thuisonderwijs krijgen. Isobel: “Daar doen we theatersport, muziek en spelletjes. We gaan ook samen lunchen, dan staat de hele tafel vol met eten.” Suzan: “Iedereen neemt wat lekkers mee, dat is altijd een feestje. En als de kinderen aan het spelen zijn kunnen wij ouders elkaar tips geven, vragen stellen en lesmateriaal uitwisselen.”

Suzan: “Er zijn zelfs kennissen die haar toetsen: ‘Weet jij wel wat drie keer drie is?’”

Op die clubjes leert Isobel ook met andere kinderen samen te spelen en te werken, net als op haar sportclubs. Isobel: “Ik speel ook veel met kinderen uit de straat en in de zomer ga ik vaak naar de speeltuin achter ons huis. Daar heb ik al heel veel vriendjes gemaakt.”

Dat contact met andere kinderen vinden Suzan en Peter heel belangrijk. Suzan: “Dat Isobel geen andere kinderen zou zien is denk ik het grootste vooroordeel over thuisonderwijs. Soms zijn al die vooroordelen en vragen van anderen wel lastig. Mensen stellen ook wel eens vragen aan Isobel zelf. ‘Waarom krijg jij thuisonderwijs?’ Die vraag is op haar leeftijd nog heel moeilijk te beantwoorden. Er zijn zelfs kennissen die haar toetsen: ‘Weet jij wel wat drie keer drie is?’ Maar goede vrienden en familie zijn gelukkig positief. Die zien hoe enthousiast Isobel is en wat ze allemaal leert.”

Naar de middelbare school

Terwijl Suzan verder vertelt, ploft Isobel op de bank met haar iPad. Met een koptelefoon op haar oren verdwijnt ze even in haar eigen wereld. “Daar is ook tijd en ruimte voor” vertelt Suzan. “Ze kent zichzelf heel goed en voelt zelf aan wanneer ze behoefte heeft aan rust. In de klas is dat vaak niet mogelijk, dan moet je mee met de rest.”

Isobel trekt zich even terug

Concrete lange termijn plannen zijn er niet voor Isobel. Wat als ze in de toekomst toch naar school wil? Suzan: “Als ze wil instromen op een middelbare school dan kan dat probleemloos, eventueel na een Cito-toets. Ook voor toelating tot vervolgonderwijs bestaan er wegen, zoals een toelatings- of staatsexamen.”

Hoe het ook loopt, Suzan hoopt vooral dat haar dochter die onderzoekende instelling van haar blijft houden. “Ze is heel zelfbewust, weet precies wat ze wel en niet wil, wat ze leuk vindt en waar ze over wil vertellen. Ze kan haar eigen mening heel goed verwoorden en beargumenteren. Ik vind het geweldig om te zien hoe Isobel opgroeit tot een zelfbewust en leergierig meisje. Dat is echt genieten!”

Meer verhalen lezen van mensen die bijzondere levenskeuzes maken? Volg Trant Magazine op Facebook of Twitter of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Voor Ouders van Nu ging ik op bezoek bij Karin en Gijsbert, die met hun twee kinderen in een tiny house van 25 vierkante meter wonen.

OVN12 Persoonlijk- tiny house

Voor Ouders van Nu ging ik op bezoek bij Rebecca en Jesper, die met hun zoontje aan boord van een schip wonen.

OvN09 Persoonlijk verhaal wonen op een schip

Mila en Puck lopen nooit met een volle boekentas van het ene naar het andere lokaal. Ze volgen geen verplichte lessen, krijgen geen huiswerk op, hoeven geen toetsen te maken en kunnen niet zakken of blijven zitten. Ze bepalen zelf wat ze leren, welke regels er op school gelden en welke docenten er worden aangenomen. Ze zitten op een democratische school. Hoe werkt dat?

In een grote ruimte die ooit dienst deed als winkelpand, hangt een groepje leerlingen met een mok thee op de bank. Ze kijken toe hoe twee jongens in het midden van de ruimte een potje pool spelen. Naast hen zitten wat leerlingen aan tafel over een wiskundeboek gebogen. Twee jongens nemen hun koffie mee naar buiten. Op weg naar de achtertuin passeren ze iemand die gitaar zit te spelen in een kleine ruimte bij de achterdeur. In de woonkamer daarnaast zit een meisje in de vensterbank naar buiten te kijken, op haar benen rust een volgeschreven schriftje. In de aangrenzende serre zitten drie meiden aan tafel zitten met een docent Duits. Het is een gewone dag op VO De Vallei, een middelbare school voor democratisch onderwijs.

Puck: “Hier stel ik zelf mijn eigen leerprogramma samen.”

Puck de Groot (16) staat op van de bank om een kop koffie te pakken in het keukentje. Hij wil wel meewerken aan een interview, hij heeft geen andere plannen. Tot een jaar geleden volgde Puck regulier onderwijs op het Beekdal Lyceum in Arnhem. “Ik zat in het derde jaar van de Havo. Ik was al een keer blijven zitten en dat zou weer gaan gebeuren, ik zakte op de talen vanwege mijn dyslexie. Voor wiskunde, scheikunde en natuurkunde haalde ik wel hoge cijfers. Daar hoefde ik niet voor te leren, ik verveelde me zelfs in de les. Dat zou alleen maar erger worden als ik naar het Vmbo zou gaan. Daarom koos ik voor De Vallei.”

Op deze school wordt Puck wel uitgedaagd in de exacte vakken. “Hier stel ik zelf mijn eigen leerprogramma samen. Ik kies welke vakken ik wil volgen en op welk niveau, in welk tempo en in welke vorm ik dat doe. En als ik even geen zin heb om te leren, ga ik een potje poolen met mijn vrienden.”

Nooit meer feitjes stampen

De democratische middelbare school VO De Vallei opende haar deuren op 5 oktober 2015 en telt inmiddels 29 leerlingen van 12 tot 18 jaar uit de regio Arnhem en Nijmegen. De leerlingen worden begeleid door een vast team van zeven coaches, aangevuld met tientallen vakdocenten. Sinds dit schooljaar zit de school in een voormalig winkelpand met woonhuis in het centrum van Driel. In dat dorp staat ook basisschool De Vallei, die al 12 jaar bestaat en 200 leerlingen telt.

Mila: “Mijn klasgenoten zeiden: ‘Dan kom je toch nergens in het leven?’”

Mila Goossens (16) zit sinds dag één op VO De Vallei. “Daarvoor zat ik op een grote middelbare school met ruim 1400 leerlingen. Er waren zoveel vakken waar ik huiswerk en toetsen voor moest maken dat het me verlamde. Ik haalde de toetsen vooral op logisch nadenken en feitjes stampen. Dat brak me op. Mijn broertjes volgden al democratisch onderwijs op Basisschool De Vallei. Toen ik hoorde dat er ook een middelbare school werd opgericht, wilde ik dat ook graag proberen.”

Op De Vallei hoeft Mila niet meer te ‘stampen’ voor een toets maar kiest ze zelf wat ze wil leren. Daar keken haar voormalige klasgenootjes gek van op. “Het eerste wat ze zeiden was: ‘Jij mag de hele dag niks doen, dat is zo cool!’ Maar ze zeiden ook:  ‘Dan leer je toch niets?’, ‘Dan haal je toch geen diploma?’ en ‘Dan kom je toch nergens in het leven?’”

Angst versus vertrouwen

Annebelle de Nooy, een van de oprichters van de school, hoort zulke uitspraken wel vaker. “Veel mensen denken vanuit angst in plaats van vertrouwen. Wij geloven juist dat kinderen van nature willen leren, maar dat ze worden afgeremd omdat hen zoveel wordt opgelegd. Doordat wij ze vrijlaten kunnen ze zelf onderzoeken wat ze interessant vinden. Dat noemen we natuurlijk leren.”

Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen regels zijn op deze middelbare school. Het is een erkende school, officieel goedgekeurd door de onderwijsinspectie. “Dat betekent dat wij ons aan de regels binnen het inspectiekader moeten houden. We moeten bijvoorbeeld aantonen dat we een curriculum aanbieden dat voldoet aan de kerndoelen die de overheid heeft vastgesteld”, vertelt Annebelle.

Eindexamen doen

Puck: “Van een niveau zoals Vmbo of Havo is binnen deze muren geen sprake.”

Op VO De Vallei zijn de leerlingen niet onderverdeeld in klassen maar hebben ze ieder hun eigen coach. Daarmee bespreken ze wat ze willen leren en welke begeleiding ze daarbij nodig hebben. Annebelle: “We gaan ervan uit dat er meer informatie is dan je in een paar jaar op school kunt leren dus we vinden het onzinnig om elke leerling dezelfde stof aan te bieden. We denken dat het beter is om leerlingen te leren hoe ze in een steeds sneller veranderende samenleving zelf hun weg kunnen vinden.”

Puck volgt op dit moment de vakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde, geschiedenis, economie en psychologie. Hij is ook veel met muziek en techniek bezig. Puck: “Van een niveau zoals Vmbo of Havo is binnen deze muren geen sprake, maar ik kan er wel voor kiezen om op die niveaus eindexamen te doen. Ik wil bijvoorbeeld examen doen in wiskunde, scheikunde en natuurkunde op Vwo niveau, want daar wil ik later iets mee gaan doen. Ik kan ervoor kiezen om een volledig Vwo diploma te halen, maar het is ook een optie om bijvoorbeeld Nederlands en Engels op Havo of Vmbo niveau te halen. Dan moet ik wel eerst uitzoeken of mijn vervolgopleiding dat geen probleem vindt.”

Waar Puck een keur aan vakken volgt, heeft Mila er juist voor gekozen om zich dit schooljaar op één vak te focussen, biologie. “Ik ben er hier op school achter gekomen dat ik psychologie interessant vindt. Als ik dat wil studeren, moet ik eindexamen doen in onder andere biologie. Dit schooljaar wil ik de stof van leerjaar 4, 5 en 6 op Vwo niveau behandelen, binnenkort wil ik ook Engels en Nederlands oppakken. Daarnaast vind ik het ook fijn om gewoon een beetje rond te hangen en te kletsen. Ik zou ook wel piano willen spelen, maar we hebben nog geen piano hier op school.”

Elke docent werkt anders

Vanmorgen kreeg Mila van 10:15 tot 12:00 uur les van de biologiedocent. “Die komt één keer in de week naar school, de rest van de week werk ik zelfstandig aan de stof. Daar maken we geen afspraken over, ik doe waar ik zin in heb. De ene week maak ik vijf hoofdstukken, de andere week komt het er niet van”, vertelt ze. Van huiswerk en strafwerk is dus geen sprake. Annebelle: “Mila kan haar coach wel vragen om haar wat meer te pushen als ze dat zelf wil. Maar we pakken haar nooit haar verantwoordelijkheid af.

Na de les zet de docent in het leerlingvolgsysteem welke stof er is behandeld. Zo is het voor de leerling, de coach en de ouders overzichtelijk waar de leerling staat, zonder dat er een toets gemaakt hoeft te worden. Mila: “Als ik zelf graag een toets wil maken, mag dat overigens wel.”

Puck: “De techniekdocent komt gewoon binnen en gaat ergens mee aan de slag.”

Niet elke docent werkt zoals de biologiedocent. Puck: “De wiskundedocent komt elke donderdag en geeft privélessen van twintig minuten. Wij kunnen ons voor die lessen intekenen op een rooster op het prikbord. De techniekdocent komt gewoon binnen en gaat ergens mee aan de slag, met 3D printen bijvoorbeeld. Als je dat interessant vindt, kun je erbij gaan zitten.”

De leerlingen kunnen ook een vak volgen dat niet door een docent wordt aangeboden. Annebelle: “Stel dat een leerling Japans wil leren, dan bespreekt hij samen met zijn coach hoe hij dat aan wil pakken. We kunnen een vakdocent Japans aanstellen maar de leerling kan er ook voor kiezen om een online cursus te volgen, Skype contact te zoeken met iemand uit Japan of een Japans restaurant binnen te lopen om te vragen of iemand hem wil helpen. Er is zoveel mogelijk. Je kunt ook leren door stage te lopen, vrijwilligerswerk te doen of zelf een project op te zetten.”

Niks doen bestaat niet

Als Mila gewoon een beetje wil rondhangen en kletsen, zal niemand haar op De Vallei verwijten dat ze ‘niks’ doet. “Het leren van elkaar vinden wij net zo belangrijk als het leren uit een boek. Wij geloven dat leerlingen vanuit hun nieuwsgierigheid altijd in ontwikkeling zijn” legt Annebelle uit. “Wel maken we een verschil tussen formeel leren en informeel leren. We kennen hier op school drie verschillende niveaus van leren: spelen, ontdekken en meesterschap.”

Annebelle: “Als Mila ziet dat de scheikundedocent met een interessant proefje bezig is, kan ze daar gewoon bij gaan zitten.”

“Een meesterschap is een vak waar een leerling bewust mee aan de slag gaat in overleg met zijn coach. Hiervoor maakt hij een plan, stelt hij een doel en haalt hij aantoonbare resultaten. Het doel kan bijvoorbeeld zijn om staatsexamen in een vak te doen, zoals Mila haar examen biologie wil halen.”

“Naast hun geplande meesterschap kunnen leerlingen altijd bij activiteiten of lessen aansluiten, of zelf een activiteit organiseren. Als Mila ziet dat de scheikundedocent met een interessant proefje bezig is dan kan ze daar gewoon bij gaan zitten. Daar zit geen doel aan vast maar ze doet wel kennis en ervaring op en het kan haar interesse in dat vak prikkelen.”

“Spelend leren doen we eigenlijk de hele dag door, van bankhangen en koffiedrinken tot gitaar spelen, muziek luisteren of een potje poolen. Dat is goed voor je emotionele en sociale vaardigheden en het kan je aan het denken zetten. Bovendien ben je na zo’n ontspannen activiteit weer gefocust om te leren. Door het spelend en ontdekkend leren komen de leerlingen er achter wie ze zijn en wat ze willen en kunnen. Dat vinden we hier het belangrijkst.”

Iedereen consent

Puck en Mila beslissen niet alleen over hun eigen leerproces, ze hebben overal een stem in op deze school. Puck: “We beslissen mee over de inrichting van de ruimtes, de regels en afspraken met elkaar, de leerkrachten die aangenomen worden en meer. Die beslissingen worden genomen in kringen. Ik zit bijvoorbeeld in de docentenkring, die besluit welke leerkrachten er aangenomen worden. In een kring zitten zowel leerlingen als teamleden en die zijn gelijkwaardig aan elkaar. Annebelle heeft er net zoveel te zeggen als ik.”

Puck: “We stemmen niet met voor en tegen maar met de consent methode.”

Stel, Mila wil graag een piano op school. Dan stapt ze naar de leermiddelenkring. Puck: “We stemmen niet met voor en tegen of de meeste stemmen gelden, maar via de consent methode. Als je consent bent met een voorstel, betekent dat dat je er geen beargumenteerd overwegend bezwaar tegen hebt. Is iemand niet consent, dan zoeken we net zolang tot we een oplossing hebben gevonden waar iedereen consent mee is.”

Als de leermiddelenkring consent is met de aanschaf van de piano die Mila heeft uitgezocht, wordt haar voorstel behandeld in de algemene schoolvergadering. Daar worden één keer in de week de beslissingen van de afzonderlijke kringen behandeld, iedereen is er welkom. Als daar ook alle aanwezigen consent zijn, kan de piano worden aangeschaft.

Wanneer de klok half drie slaat is de schooldag afgelopen. Dan volgt de laatste verantwoordelijkheid van de dag: opruimen en schoonmaken. Puck: “Iedereen hier op school heeft een taak: stofzuigen, afwassen, tafels rechtzetten en wc’s poetsen. Om 14:30 doen we allemaal onze klus. Dan gaan we naar huis.”

Verantwoordelijk tienerbrein

Je kunt je afvragen of het tienerbrein wel klaar is voor de grote verantwoordelijkheden die democratisch onderwijs met zich meebrengt. Mila en Puck denken van wel. Mila: “Tja, als je nooit leert om verantwoordelijkheid te nemen en zelf na te denken omdat anderen je alles voorkauwen, dan wordt het lastig. Dat leren wij hier dus wel.”

Puck: “Ik denk wel dat er leeftijdsgenoten zijn die beter af zijn op een reguliere school, omdat ze hier niets zouden uitvoeren. Zelf leer ik liever onder begeleiding op deze school met mijn tienerbrein zelf na te denken en verantwoordelijkheid te nemen, dan dat ik daar later ‘in de echte wereld’ pas mee leer omgaan.”

Wil je meer verhalen lezen over bijzondere keuzes in wonen, werken, opvoeden, onderwijs, reizen en relaties? Volg Trant op Facebook of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Voor Ouders van Nu interviewde ik Valerie Cook die met haar vriend Tim Boffe een oude schoolbus uit Amerika ombouwde tot een rijdend hostel. Samen met hun dochtertje Fenna, hun hond Lewis en wisselende gasten rijden ze door Europa.

Ouders van Nu – Valerie en tim bouwden een schoolbus om tot hostel

Toetsweken, vakkenpakketten, weektaken of huiswerk zijn op De Vallei in Driel niet aan de orde. Op deze democratische middelbare school bepalen leerlingen zelf hoe hun lesdag eruit ziet. Wordt er dan wel geleerd? ‘Jazeker’, zegt coach Pauline Fokkelman. ‘Kinderen willen van nature leren maar worden tegengehouden omdat ze zoveel moeten.’ Hoe dat precies zit, lees je in dit artikel dat ik schreef voor De Gelderlander.

De-Vallei-democratisch-onderwijs

Als Hester de Vries (35) te lang op één plek blijft, gaat het kriebelen. Ze reisde de afgelopen jaren met haar vriend Teun door India, Nepal, Myanmar en Thailand en wil de komende jaren naar Zuid-Amerika, Japan, Canada en Alaska. Ze is niet op vakantie of op reis, dit is haar leven. Ze is een digitale nomade: een locatieonafhankelijke ondernemer die telkens een aantal maanden op een plek blijft. Een levensstijl waar steeds meer Nederlanders voor kiezen. Maar Hester is niet alleen digitale nomade, sinds anderhalf jaar is ze ook moeder van een zoontje, Frits.

Hoe is het om reizend een kind op te voeden? Wat heeft deze levensstijl voor effect op Frits? Waar gaat hij over een paar jaar naar school? En gaat het gezin nog ooit naar huis? Dat lees je in mijn interview met Hester.

Download (PDF, 528KB)